Feeds:
Berichten
Reacties

Een maand geleden kreeg ik telefoon van de achterbuur. Met de krop in de keel vertelde hij me dat hun Sidonie overleden was. Jarenlang hadden ze voor mijn afvallige kater, Chocotoff,  gezorgd.  Hij was bij hen komen aankloppen nadat mijn jongste dochter hem, toen ze zeven was, uit het raam van de eerste verdieping had gegooid. Je weet wel, om te zien of hij, als kat, bij wijze van experiment, op zijn beide pootjes zou terechtkomen. Chocotoff overleefde de sprong maar sindsdien zagen we hem nog slechts sporadisch opduiken, aan de einder van de tuin.
Hij was zeventien toen hij overleed. Waarschijnlijk van een attaqueske, zo zei de buurvrouw. Hij was  vredig ingeslapen nadat hij ’s avonds nog zijn kattenmelk had gekregen.
De buurman en zijn vrouwtje konden het niet aan om hem zelf te begraven, ze vroegen of ik het wilde doen. Ik begroef hem in het naburig bosje, naast Jeaninne, de kip, die een paar dagen voordien overleed, ook van ouderdom.
De eeneiige tweelinghelft van Chocotoff, Milky Way, bleef hier al die jaren wel wonen. Een langharige adonis, even mooi als zijn broer, maar stiefbroer van een reeks van vijf achterkomers waartegen hij moest optornen.
Milky Way had het de laatste ook tijd erg moeilijk. Eerst vond hij het kattenluikje niet meer, daarna wist hij niet meer of hij al gegeten had. Het ging van kwaad naar erger; de laatste week moest ik hem naar zijn bed brengen. Hij at en dronk niet meer.
Vandaag, precies een maand na het overlijden van zijn broer, heeft ook hij de strijd opgegeven. Vanmorgen ademde hij nog flauwtjes, deze namiddag helemaal niet meer.

Het deed meer met mij dan ik had gedacht. Huilend heb ik hem naast Chocotoff, zijn echte broer, begraven.
Zeventien jaar later liggen ze weer naast elkaar.

 

Op het eerste gezicht (1)

‘Het waait zo hard dat ik daarnet een kip, tegen de wind in, drie keer hetzelfde ei zag leggen.’
(Citaat van Patrick De Witte die de Frank De Booseres van deze wereld van wat nieuwe beeldspraak voorziet.)

Annetanne’s uitdaging om aan het begin van elke maand vanuit dezelfde hoek de tuin te fotograferen, sprak ook mij aan. Tof om zo een jaar lang de evolutie van mijn flora aan u mee te geven.
Onderstaande foto’s nam ik vandaag terwijl de wind me bijkans naar de tuin van de buren woei. Ik heb maar snel afgedrukt.

(Klik voor groter!)

Doutable

Als La Redoute nog eens foto’s de wereld instuurt, zullen ze toch wat beter moeten opletten.

(Klik voor groter!)

Oesters op een bedje van bloed

Voor de eerste keer in mijn leven zou ik oudejaarsavond in mijn eentje vieren. Ik was er klaar voor. You can do it, zo brainwashte ik mezelf voortdurend.
Enige voorbereiding op mijn zielig vooruitzicht had ik vooraf geprogrammeerd.
Ik stootte bij Delhaize op ondersteuning voor alleenstaanden in zulke extreme gevallen. Eigenlijk had ik niet aan kreeft of oesters gedacht zo’n vier dagen van tevoren.  Met een pakje of twee huisjesslakken met lookboter en een bruine boterham zou ik ook al heel content zijn geweest.
Tot mijn grote verwondering lagen hoger gequoteerde nieuwjaarsgoedies er voor het grijpen, aan de helft van de prijs!Dikke, rode kreeften en pakken vol oesters. Het is crisis man, daar zou ik van profiteren! Dé gelegenheid om als een psuedo-rijkaard het nieuwe jaar in te gaan.
Jammer dat ik me toen niet realiseerde dat december wel degelijk eenendertig dagen telt en de uiterste datum voor consumptie voor mijn uitzonderlijke waren niet verder reikte dan de negenentwintigste.
Maar een uiterste datum stelt niks voor, ik zou het erop wagen.
Twee volle pakken oesters zou ik in mijn eentje verorberen, met veel peper en citroen.
Een uurtje of zo geleden heb ik ze geopend, er zaten, tot mijn grote verbijstering,  geen parels in.
Wel een soort van vaginale vleesachtigen die me herinneren aan mijn eigen vrouw-zijn.
Zo associeer ik die dingen, ik heb namelijk hetzelfde gevoel bij bloeiende orchideeën.

Slechts een rot addertje heb ik net op tijd gespot en natuurlijk ook gefotografeerd.
Het oestermes had ik jaren voordien misbruikt in de tuin voor het verwijderen van onkruid tussen de terrassteentjes. Een ander bot mes moest dus dienst doen.
Vandaar dat ook mijn geblesseerde en diep bloedende rechterwijsvinger volop in beeld moest worden gebracht, kwestie van het zielige karakter van de hele bedoening met getuigenissen te ondersteunen.
Ik wacht nog tot allen aan tafel zullen plaatsnemen vooraleer ik aan mijn exclusieve en slurpende maaltijd begin.

Bij gebrek aan een spannende thriller neem ik genoegen met het concert van Adèle op TV nummer acht.
Dessert vergeten, ik zal beslist nog zin hebben in een chocomousse met speculaassmaak.
En yes, ik mag nog leven in de verwachting van twee telefoontjes van mijn dochters. Als de lijnen niet vrij zouden zijn, bel ik ze gewoon zelf.
Als jullie vannacht niets meer van mij horen, zal ik de vuurproef doorstaan hebben en niet op ’t weecee zijn beland.

Oei, dit stukje heeft meer tijd in beslag genomen, vieren moet ik!

Gelukkig Nieuwjaar!

I wish you…

In de kribbe ligt het kindeke
van wel zeven pond.
Het drinkt zijn melk zo zoetjes
en is dus heel gezond.
Jozef is bijzonder trots
en Maria kijkt verrukt,
als het kindeke in zijn luier
het woordje ‘vrede’ heeft gedrukt.

Fijne Kerst, iedereen!
Chelone

(Foto: Chelone)

Eliolala

Ver-tuin-huisd

Zeventien jaar overleefde het, eenzaam gebukt onder de eiken en de dennen van een bosrijk gebiedje dat ik gratis in pacht had.
Nu de grond naast mij een nieuwe eigenaar kreeg, moest ik beslissen: de afbraak en wederopzetting van mijn tuinhuis of een nieuw exemplaar.
Dilemma, dilemma. De investering in een nieuwe tuinschuur met een afmeting van vier bij vier is tegenwoordig enorm prijzig en de kwaliteit van het hout is lang niet meer wat hij vroeger was.
Maar zo’n groot ding afbreken en opnieuw opzetten, wie kan zoiets?
Avontuurlijke en immer positief ingestelde buurman Johny was al eens poolshoogte komen nemen.  Volgens hem zou zo’n verhuis, mits vereende krachten, doenbaar zijn maar het kon ook totaal mislukken.
Wat had ik eigenlijk te verliezen? Het tuinhuis moest daar hoedanook verdwijnen.
Het bitumen golfdak verwijderen was de gemakkelijkste klus; na zoveel jaar was het total loss. Daarna de honderden stormnagels uitwrikken was een werk van lange adem. De zware zijpanelen (uit één stuk!) werden provisorisch ‘losgekoppeld’ van het grondvlak, wankelend aanleunend tegen een paar dikke eikstammen. Benevens een paar olievlekken waar de grasmachine jarenlang had gestaan, bleek de vloerplaat intact.
De verhuis van de zijkanten vergde extra mankracht. Buurman Johny kwam aanrukken met zijn buurman Ludo. Middels een steun op wieltjes, en heel veel zweet van vier personen, kregen we de wanden waar ze zijn moesten: op hun nieuwe bestemming, zowat vijftig meter verderop.
En kijk, mijn tuinhuis is zowaar verplaatst naar mijn eigen tuin. Twee lagen beits heeft het gekregen (zuipen dat dat hout deed!)  Raampjes lappen, nieuw opstapje, winterviooltjes in de bloembakken en klaar is kees.
En oordeel nu zelf: ziet het er niet splinternieuw uit? Oude bomen verplaatst men niet, oude tuinhuizen daarentegen blijkbaar wel.
Buurmannen Johny en Ludo kregen een assortiment West-Vlaamse bieren (hun roots), als dank voor de geleverde hulp: Dulle Teve, Brugse Zot, Moeder Overste, Oerbier, Arabier, Ichtegems Oud Bruin, Thouroutenaere, Dikke Mathile, Boskeun,…
Iedereen was content, vooral ik.
Bedankt, mannen!

Het oubollige tuinhuis



Een nachtje binnengeregend wegens nog geen nieuw dak


Het nieuwe tuinhuis

Herfstparasolletjes

Veel zonnebadende kabouters in mijn tuin vandaag. Een veld vol parasolletjes!

(Klik voor groter!)

Ze zag er zo smakelijk uit, die aardappeltaart van Jeroen. Lekker gemakkelijk te bereiden, weinig ingrediënten nodig. Een kolfje naar mijn hand.
Ziehier het recept, op video:


Aardappelen had ik niet meer in huis; de eigen oogst had ik gedoneerd aan mensen die uit een meerkoppige familie bestaan. Voor één persoon kook je toch geen aardappelen!
Geen nood, ik bezat ontelbare aardperen die ik eigenlijk pas na de eerste vorst had mogen oogsten. Er hingen nog veel draadjes aan de knollen die tot grotere exemplaren hadden kunnen leiden. Maar die stengels stonden daar zo lelijk te verwelken, ze moesten neergespit worden naar mijn gevoel.
Geen weer voor tuinwerk, ik begon er dus aan.
Het pannetje boter stond op een laag vuurtje. De tijm was voorhanden. Het aardpeersnijden lukte moeizaam. Ze waren klein en zaten vol knobbels. Die hele schilmiserie nam een goed halfuur in beslag.
Zo een mandoline als die van Jeroen heb ik niet in huis en mijn komkommerrasp sneed te dun. Dus hakte  ik die schijfjes, weliswaar van ongelijke dikte, dan maar met de hand.
Een ronde bakvorm heb ik, allez, het is eigenlijk een rubberachtige soort van taartvorm. Maar die zou het ook wel doen. Een borsteltje of keukenpenseel lag niet in mijn lade. Dan maar een spatel genomen, dat smeert ook (een beetje) goed. (Jeroentje, wil je er voortaan ook bijvertellen dat de gesmolten boter op het vuur moet blijven staan? De mijne werd ranzig en stolde! Bovendien: gebruik eens niet zoveel zout, man…)
Geen Gouda in huis, elke harde kaas zou ook goed presteren, had Jeroen voorspeld. Ik gebruikte ‘Vieux Bruxelles’ van Aldi om over de verschillende laagjes te strooien.
Aan de vierde laag ben ik nooit gekomen; bij de tweede was ik al moegeraspt en mijn taartvorm leek vol.

Wordt vervolgd. (De taart staat voor een uurtje in de oven. Dat verloren uurtje tonen ze nooit bij Jeroen.)

Na dat lange  uurtje:
Uit de oven halen, omdraaien en een mooi glazig geheel met een korstje zou ontstaan. Ik was zo benieuwd.
Géén korstje. De glazige aanblik liet een vettige substantie vermoeden. 
Maar! Eigenlijk smaakt mijn aardpeertaart overheerlijk. Jammer dat hier geen ziel in de verste verte te bespeuren valt om me een ‘second opinion’ te geven.
Jeroen Huysentruyt en Piet Meus: ik daag jullie uit. Een parodie op jullie programma, zou dat niet heerlijk zijn?
Mijn keuken, en vooral ikzelf staan ter jullie beschikking! Een hilarisch programma, ik garandeer een goed verloop.
Ik heb nog veel aardpeer. Aan een volgend recept van deze aard zal ik me niet meer wagen. Iemand interesse in die knollen? Gewoon in de grond stoppen, met schil en al, een delicatesse!
Het bijhorend  slaatje is voor morgen.

Vlinder zoekt kleur

Die fluorescerende kip, die op de deur van het kippenhok de wacht houdt, kreeg ik van mijn lieve buurvrouw.
Ging er daar toch zeker geen Atalanta op zitten! Ik mocht steeds dichterbij komen om haar in beeld te nemen.

Leven en laten

Chelone heeft een blog, maar eigenlijk blogt ze nauwelijks. Iets voor tijdens de winter, denkt ze dan. Maar als het eenmaal winter wordt, blijft haar blog even onaangevuld. Ze gaat ook niet naar de nieuwsjes van andere bloggers kijken. Het interesseert haar allemaal wel maar ze komt er niet toe. Chelone loopt vaak rond als een kip zonder kop. Ze streeft prioriteiten na, maar heeft die eigenlijk niet. Principes evenmin. Chelone slaat uren en dagen over en minuten zijn voor haar doorslaggevend.
Chelone is into blogging als ze er zin in heeft. Dan gaat ze eerst haar links af: een paar van boven naar beneden, enkele van beneden naar boven en het middelste gedeelte, daar komt ze eigenlijk nooit toe want dan is ze die dag moegeblogd. En de volgende dag is ze al weer vergeten dat ze het middelste gedeelte niet bekeken heeft. Dan schrijft ze zelfs geen eigen stukje meer want daartegen is het alweer bedtijd. Op zo’n momenten heeft ze schuldgevoelens, altijd weer die schuldgevoelens. Heel veel interesse, heel veel medevoelen maar de dagen zijn zo vre-se-lijk kort.
Chelone heeft ook geen bijval nodig, ze is eigenlijk altijd content met wat ze krijgt. Komt er iemand op haar blog kijken, dan is ze blij. Een sporadische buur, altijd leuk. Ze kijkt ook nooit naar de blogstatistieken want waar zou dat goed voor zijn?
Chelone is eigenlijk een beetje een weirdo. Ze kan heel sociaal zijn maar plots ook weer in zichzelf gekeerd.
Ze houdt zoveel van alle mensen maar kan slechts een klein groepje aan, een heel kleintje, tegelijkertijd.
Chelone kan urenlang naar de natuur kijken, naar details, als naar een mier die zijn vracht naar zijn nest brengt. Of een vreemde vogel bespieden, of zaadjes verzamelen, of het gedrag van de kippen bestuderen. Daarna is ze boos op zichzelf dat ze zich zo heeft laten meeslepen. Chelone is allerminst een wintermens, ze is gek op al wat leven is.
Chelone zou het allemaal anders willen doen, maar ze weet dat ze het niet zou kunnen en haar nu nog willen veranderen heeft weinig zin.
Daarom post ze weer enkele foto’s op haar blog, in de hoop dat jullie haar een beetje begrijpen.

De hamamelis die nu bloeit?

Feestmaaltijd

Voor de vogels!

(Klik voor groter!)

Chassisnummer onvindbaar

Zo luidt het verdict na mijn eerste autokeuring.
Ik ga vooraf nooit naar de garage om mijn auto klaar te stomen voor een nakende keuring. Enkel de dealers hebben daar benefiet van, vooral als je de onderhoudsbeurten keurig naleeft. Dat deed ik ook de afgelopen vier jaar en als je bedenkt dat mijn kilometerstand slechts 30.000 km aangeeft voor achtenveertig maanden rijgenot, zou dat geen problemen mogen opleveren.
De middagpauze bij de keuringsdienst was voorbij, hét ideale moment om mijn wagen te laten schouwen. Wagen netjes gewassen, de motorkap halfstok, de gordels voor- en achteraan vastgegespt en de benzineklep op een kiertje. Alles volgens de voorschriften op de affiche die achter het stopteken stond. Ik hield halt bij de streep alvorens het guillotinedistrict binnen te rijden. Goeienamiddagwensen werden uitgewisseld. Vriendelijke kerel; hij had er duidelijk zin in.
Of ik het immatriculatienummer van de wagen wilde laten zien.
“Hm, bevindt zich dat niet onder de motorkap?”
“Neen mevrouw, dat zit dáár.” Hij wees naar binnen.
“Waar?”
“Onder de passagiersstoel, onder een lepje (sic) . Een stukje dat u had moeten doorknippen, zodat een metalen plaatje zichtbaar zou worden waarop een nummer gedrukt staat.”
“Oei, meneer, zit dat tegenwoordig daar? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Sorry, ik ben een echte leek in die dingen.”  
Hij bekeek me ineens alsof ik de achterlijkste oen van heel Vlaanderen was. Ik kreeg ook geen antwoord op mijn vraag. De vriendelijke kerel van daarnet kreeg plots een ontieglijk slecht humeur. Ik sleurde aan dat lepje en aan de stippellijntjes eromheen. Dat lukte niet. Daarna deed hij een banale poging die er eigenlijk geen was.
“Heeft u misschien een schaar, meneer?” vroeg ik. Weerom geen antwoord. Hij ging naar zijn ‘keuringskotje’ en kwam terug zonder schaar of mes. Ik had slechts een pincet in mijn auto liggen om mijn kinhaartjes te verwijderen tijdens het rijden. Het licht in de auto is immers allesonthullend. Mijn nagelschaartje lag jammergenoeg thuis.

Om kort te gaan: mijn karretje kwam met grote onderscheiding uit de strenge controle. Toch ontving ik een keuringsbewijs “met beperkte geldigheid”. Tot 29 november van dit jaar, meer bepaald. Van zo’n soort keuringsbewijs heb ik nooit weet gehad. En dat alleen omdat mijn chassisnummer onvindbaar of onleesbaar was. Er zal opnieuw een volledige keuring worden verricht, zo staat te lezen op dat papier.
Zijn deze maatregelen alleen geldig voor Kia’s of zo? Staat jullie chassisnummer ook op een plaats zo verdoken als die in mijn auto?
Een chassisnummer wegmoffelen achter een verdomd ‘lepje’: zeg nou zelf…
En er dan zo een kabaal over maken!

Shorts forever

Al doet de zomer niet wat hij moet doen, toch verkies ik nog steeds om buiten te vertoeven dan voor de zoveelste keer het binnenwerk onder handen te nemen.
Hoe ouder een mens wordt, hoe meer vitamine D hij nodig heeft, las ik in de krant.
Mijn behoefte daaraan wordt nijpend als ik de komende winter nog moet trotseren. Zoveel mogelijk bloot, wordt gezegd. Ik doe mee!
De mooie natuurfoto’s worden schaarser, een kleine hittegolf zou welkom zijn maar wordt steeds minder bereikbaar. Ik vertik het om trui en broek aan te trekken; de zomer moet haar naam waardig dragen.
Hier en daar is nog wat fraais te beleven in de tuin.
Chanelle die de schaarse zonnestralen opzoekt, hier en daar een vlinder, een late Hydrangea, mijn mooiste Echinacea (E. ‘Milkshake’) in volle bloei, de woekerende Solidago, de paarse Agapanthus, de Rudbeckia die net op tijd verschijnt, een dikke, met stuifmeel bedekte hommel op de Eupatorium, Heleniums die nog net dat beetje kleur brengen, pompoenen die tot in de bomen groeien, een zonnebloem die absoluut niet wil verwelken,…
Een bescheiden en regenachtige zomer waar zelfs de Iraanse president Ahmadinejad moet in geloven.
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=DMF20110529_020

Qué es?

Kent iemand deze plant? Zou het een vrucht kunnen zijn?

Plop-ups

‘Door de combinatie van een erg droge periode in mei en juni, gevolgd door een natte maand juli, kan het gebeuren dat er her en der al eens een paddenstoel in uw tuin opduikt.’
Aldus deredactie.be.

Her en der een paddenstoel?
Eén?
Mwoehahahaaa!

(Foto: Chelone – aanklikbaar voor groter)

Prairie à gogo!

Ik heb een gedeelte van mijn achtertuin omgevormd tot prairietuin, iets wat de trouwe lezers van mijn blog wel al wisten. Ondertussen is dat stuk twee en een halve maand jong en al behoorlijk tot wasdom gekomen. Tijd dus om wat dieper in te gaan op het hoe, wat en waarom.

Al van begin vorig jaar liep ik met het idee rond om de borders rond te vijver te liquideren. Het was daar ellende troef, zeker bij langdurige droogte. De grond was onbewerkt en bijzonder arm, de plantenkeuze onaangepast. Meer en meer verwerd de vijverrand tot een rommeltje van jewelste.
Toen Laurence Machiels vorig jaar het (prachtige!) boek ‘Prairietuinen’ op de markt bracht, heb ik het me meteen aangeschaft. Hoe meer ik me er in verdiepte, hoe verliefder ik werd op het concept. Want een prairietuin is erg onderhoudsvriendelijk en arbeidsextensief. Bovendien is hij visueel zeer aantrekkelijk, ongelooflijk wintervast, zelfregulerend en een uitmuntende nectarbron voor insecten.
Prairietuinen worden ook steeds meer gepromoot als de nieuwe visie op ecologisch tuinieren, maar dat is dikke onzin, natuurlijk. Het zijn per definitie géén ecologische tuinen. De planten die gebruikt worden in een prairietuin zijn uitheems en sommigen ervan kunnen invasief worden. Het risico op uitzaaiing is bijgevolg steeds aanwezig. Bovendien wordt voor de aanleg van een prairietuin vaak gebruik gemaakt van vreemd bodemsubstraat zoals lava en bentoniet. Zij die zweren bij tuinieren onder een ecologisch gesternte, gaan best naar andere ideeën op zoek.
In de herfst van vorig jaar maakte ik de oude borders leeg. Er ging quasi geen flora verloren; ze verhuisde naar nieuwe plekken in de tuin die vooraf grondig waren verrijkt met compost en voedingssupplementen. Het was zwoegen met een kapitale Z, maar het resultaat was – en is nog steeds – uitermate bevredigend.
De op die manier vrijgekomen ruimte rond de vijver werd vervolgens aangepakt. Twee zieke bomen wisselden het tijdelijke met het eeuwige. Hun stronken werden vakkundig uitgefreesd. Daarna werd de bodem onder handen genomen: diepfrezen, een dikke laag compost én bentoniet aanbrengen en inwerken en de ganse winter laten rusten.
Dit voorjaar staken onkruid en enkele alsnog achtergebleven planten alras de kop op. Die bleef ik verwijderen tot ik uiteindelijk nog slechts een kaal veld bekwam. Het plannen en planten kon beginnen.
Het plannen vertrouwde ik toe aan een bevriend tuinaannemer. Hij beloofde me er al mijn wensen in te verwerken. Dat resulteerde uiteindelijk tot deze kleurrijke schema’s die ik mijn zegen gaf:

Border 1:

Border 2:

Border 3:


[ Plantenfoto's zijn aanklikbaar voor groter ]

Begin mei van dit jaar zagen de vers aangeplante prairieborders er nog behoorlijk deerniswekkend uit:

Er werd me echter een spoedige groei voorgehouden, iets waaraan ik ten zeerste twijfelde. Ik ben iemand van snel resultaat en kon niet geloven dat de zomerse borders al een uitbundige aanblik zouden bieden. Ik vergiste me deerlijk, want amper twee en een halve maand later ziet een en ander er als volgt uit:

[ Foto's zijn aanklikbaar voor groter ]

Om kort te gaan: ik ben in de zevende hemel. De achtste, zelfs.
De nog jonge aanplant biedt een wonderlijk kleuren- en lijnenspel dat in voortdurende evolutie is. Ik verwonder me dagelijks over de groeikracht van mijn nieuw verworven flora, net zoveel als ik me verwonder over de gewonnen rijkdom aan vlinders, bijen, hommels en tal van andere insectjes die mijn prairietuin frequenteren. Het is hier een gezoem, gegons en gewriemel van jewelste. Denk daar nog eens het kikkergekwaak bij en de oorstrelende kakofonie is compleet.
Weet je, ik beklaag al de mensen die geen prairietuin hebben. Nèm!

Van mest tot de rest

Nog steeds geen kooplustigen die mijn buren willen worden. Er heeft zich ook nog niemand aangeboden. Ik had nochtans een invasie aan geïnteresseerden verwacht nadat het immobiliënkantoor het stuk als zeer residentieel aanprees en er flink wat reclamewerk aan spendeerde. Na zes maanden is er nog niemand komen kijken, ook niemand heeft me gevraagd om de lap grond via mijn toegang te mogen bekijken. Good for me!
Omdat ik sinds november een resem aan gretigaards in gedachten hield, werd het stuk zo goed mogelijk in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht. De kippen- en eendenren en de twee vijvertjes zijn al een hele tijd verdwenen. De bodem werd gefreesd, omgespit en nog eens omgespit, geen sprietje onaantrekkelijk leven was nog te bespeuren in november van vorig jaar.
In de vroege lente had ik heimwee naar de bloemenweide en naar de moestuin die daar zo welig tierden. Een piepklein bloemenweidetje en een klein moestuintje, het zou toch geen kwaad kunnen. Van zodra een serieuze koper zich zou aanmelden, kon ik in een wip alles weer ongedaan maken en ik berekende dat de zomer al voorbij zou zijn na het ondertekenen van het compromis. Net genoeg tijd om de aardappelen te rooien en de sla, paprika’s en komkommers voor de barbecue te serveren.
Alles bloeit intussen volop, de eerste sla kan deze week geoogst worden en de aardpeer staat fier rechtop. De bloemenweide die ik liet gedijen biedt nog veel meer kleur dan verleden jaar, de zonnebloemen markeren trots de grens tussen mijn gebied en het andere.
De kippen- en eendenmest die door het omspitten en frezen omgewoeld werd, is intussen aan het produceren. En wat vond ik daar in dat braakliggend gebied?
Ontelbare volwassen verbascums, tomatenplantjes, een grote Datura (God weet waar die vandaan komt), dille, drie reuzegrote pompoenplanten (waarschijnlijk zaadjes die de kippen verleden jaar hebben uitge…). Wie kleine acaciaboompjes wil, kan ze hier komen halen, alsook veel Agastache foeniculum (anijsplant) en zaadjes van éénjarigen.
Een genot is het om nog een seizoen meer te mogen genieten van een stuk grond dat eigenlijk aan een ander toebehoort.

We verkneukelen ons

De tuin en ik. Nu er wat regen gevallen is, zijn we beiden content.

De laatste twee zijn ‘by night’

Negen maal tien

In maart is mijn moeder negentig jaar geworden. Ze overleeft haar man al eenendertig jaar.
Lichamelijk mankeert ze niets. Geestelijk is het lastiger.
De laatste maand zingt ze niet meer. Ze vergeet zelfs hoe ze moet neuriën.
Het is alsof ze nu al haar krachten bundelt om zich maximaal te verzetten tegen haar kinderen en het verplegend personeel.
Voor ons wordt het keer op keer moeilijker als we haar gaan bezoeken. Ze daagt ons uit, ze vernedert en kleineert ons, ze gebiedt en commandeert en viseert ons op emotioneel en lichamelijk vlak. We zijn – en ik citeer – “dom, blind, doof, zot en onnozel”.
Ze praat liefst Frans en verbetert mijn fouten en mijn uitspraak en schept er genoegen in om me op die manier belachelijk te maken.
Ik vraag me vaak af of ze beseft dat ze ons pijn doet. Wat ik wel weet is dat ze ontzettend boos wordt als ik haar zeg dat ik haar niet mee kan nemen naar huis omdat ik haar niet kan optillen uit de rolstoel. Ze ontkent nog steeds dat ze niet stapt, geen boodschappen doet en al lang niet meer het huishouden op zich neemt. Ze “vergeet” en verloochent dat ze  in een rusthuis verblijft.
Af en toe vraagt ze om een sigaret. Ze voelt het niet meer als haar vingertoppen verbranden. De uitgerookte peuk moeten we met de grootste omzichtigheid vantussen haar twee vingers zien te plukken, met veel gevloek als gevolg.
Ik droom vaak van een innige relatie met mijn oude moeder: het gekoester, de kusjes, de wederzijdse attenties, de geborgenheid, het zorgen voor haar, het begrip voor haar taal, voor haar behoeftes die ik zo graag zou begrijpen.
Mijn notitieboekje heb ik nog steeds op zak. Ik noteer er al haar mooie bewoordingen in.
Ze worden steeds schaarser, maar de inhoud ervan wordt voor mij des te belangrijker. Ik lees haar steeds voor wat ik opschrijf en zeg haar telkens dat haar woorden zo leerrijk zijn.
Ik leer, ik zoek de mooiste eigenschappen van mijn moeder want enkel die wil ik blijven onthouden.

Toen ik haar, na 10 pralines, geen elfde wilde geven en haar een bekertje water gaf:
“Ik zou nog chocolade moeten hebben om dit water door te spoelen.”
En ook:
“Alle dingen die voorbij zijn, zijn voorbij en vergeten.”
“Iedereen laat mij alleen tot als ik sterf.”
“Als dit koekje op is, zal ik het missen.”
“Jullie komen mij niet bezoeken omdat het te veel geld zou kosten.”
“Mijn stelsel is foutief.”
“Narcissen zijn olifantenbloemen.”
Toen ik naar huis wilde vertrekken: “C’est une chance que tu est ici dans l’absenté.”
Glucosamine: kraakbeen
Een rolluik:  een froufrou
“I love you more than you have the supposition.”
“Die horeca’s waren heel lekker, ik heb er een hele bladzijde van gegeten.”
“De radio zet ik vaker op omdat die meer sonaliteiten geeft.”
“Kanticlair wil zeggen: grand et petit, donker en licht.”
Toen ik haar vroeg wat ze die dag had gegeten:
“Un cas de force majeure.”
Toen ik haar vroeg wat ze gedaan had die dag:
“Je suis toujours en train de faire le pied-à-terre.”
Daarop vervolgde ze:
“Die onrechtmatigheid en die vochtigheid gaan niet uit mijn rug.”
“De koffie is ijswarm, hij zal morgen nog niet afgekoeld zijn.”

Je hoort het vaak van familieleden van een dementerende ouder: op deze manier willen ze niet oud worden. Mijn kinderen weten het nu al: ik zal, hoop ik, bijtijds op papier kunnen zetten wanneer ze moeten beslissen om me te laten gaan.

Ik wil niet dat mijn moeder sterft.

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.