juli 18, 2011 Door chelone
Ik heb een gedeelte van mijn achtertuin omgevormd tot prairietuin, iets wat de trouwe lezers van mijn blog wel al wisten. Ondertussen is dat stuk twee en een halve maand jong en al behoorlijk tot wasdom gekomen. Tijd dus om wat dieper in te gaan op het hoe, wat en waarom.
Al van begin vorig jaar liep ik met het idee rond om de borders rond te vijver te liquideren. Het was daar ellende troef, zeker bij langdurige droogte. De grond was onbewerkt en bijzonder arm, de plantenkeuze onaangepast. Meer en meer verwerd de vijverrand tot een rommeltje van jewelste.
Toen Laurence Machiels vorig jaar het (prachtige!) boek ‘Prairietuinen’ op de markt bracht, heb ik het me meteen aangeschaft. Hoe meer ik me er in verdiepte, hoe verliefder ik werd op het concept. Want een prairietuin is erg onderhoudsvriendelijk en arbeidsextensief. Bovendien is hij visueel zeer aantrekkelijk, ongelooflijk wintervast, zelfregulerend en een uitmuntende nectarbron voor insecten.
Prairietuinen worden ook steeds meer gepromoot als de nieuwe visie op ecologisch tuinieren, maar dat is dikke onzin, natuurlijk. Het zijn per definitie géén ecologische tuinen. De planten die gebruikt worden in een prairietuin zijn uitheems en sommigen ervan kunnen invasief worden. Het risico op uitzaaiing is bijgevolg steeds aanwezig. Bovendien wordt voor de aanleg van een prairietuin vaak gebruik gemaakt van vreemd bodemsubstraat zoals lava en bentoniet. Zij die zweren bij tuinieren onder een ecologisch gesternte, gaan best naar andere ideeën op zoek.
In de herfst van vorig jaar maakte ik de oude borders leeg. Er ging quasi geen flora verloren; ze verhuisde naar nieuwe plekken in de tuin die vooraf grondig waren verrijkt met compost en voedingssupplementen. Het was zwoegen met een kapitale Z, maar het resultaat was – en is nog steeds – uitermate bevredigend.
De op die manier vrijgekomen ruimte rond de vijver werd vervolgens aangepakt. Twee zieke bomen wisselden het tijdelijke met het eeuwige. Hun stronken werden vakkundig uitgefreesd. Daarna werd de bodem onder handen genomen: diepfrezen, een dikke laag compost én bentoniet aanbrengen en inwerken en de ganse winter laten rusten.
Dit voorjaar staken onkruid en enkele alsnog achtergebleven planten alras de kop op. Die bleef ik verwijderen tot ik uiteindelijk nog slechts een kaal veld bekwam. Het plannen en planten kon beginnen.
Het plannen vertrouwde ik toe aan een bevriend tuinaannemer. Hij beloofde me er al mijn wensen in te verwerken. Dat resulteerde uiteindelijk tot deze kleurrijke schema’s die ik mijn zegen gaf:
Border 1:


Border 2:


Border 3:


[ Plantenfoto's zijn aanklikbaar voor groter ]
Begin mei van dit jaar zagen de vers aangeplante prairieborders er nog behoorlijk deerniswekkend uit:
Er werd me echter een spoedige groei voorgehouden, iets waaraan ik ten zeerste twijfelde. Ik ben iemand van snel resultaat en kon niet geloven dat de zomerse borders al een uitbundige aanblik zouden bieden. Ik vergiste me deerlijk, want amper twee en een halve maand later ziet een en ander er als volgt uit:
[ Foto's zijn aanklikbaar voor groter ]











Om kort te gaan: ik ben in de zevende hemel. De achtste, zelfs.
De nog jonge aanplant biedt een wonderlijk kleuren- en lijnenspel dat in voortdurende evolutie is. Ik verwonder me dagelijks over de groeikracht van mijn nieuw verworven flora, net zoveel als ik me verwonder over de gewonnen rijkdom aan vlinders, bijen, hommels en tal van andere insectjes die mijn prairietuin frequenteren. Het is hier een gezoem, gegons en gewriemel van jewelste. Denk daar nog eens het kikkergekwaak bij en de oorstrelende kakofonie is compleet.
Weet je, ik beklaag al de mensen die geen prairietuin hebben. Nèm!