Feeds:
Berichten
Reacties

Het lijkt allemaal anders, maar het laatste weekend is heel hectisch geweest. Bovendien is mijn dochter weer naar Duitsland vertrokken en ik mis haar nu al. De geestelijke en lichamelijke toestand van mijn moeder is plots ook erg achteruit gegaan. Ik besef maar al te goed dat we haar aan het verliezen zijn, het gaat me allemaal te snel.

Mijn eerste ‘Open Tuin’-weekend was gelukkig een succes. Tweehonderd vierenzestig enthousiaste tuinliefhebbers vereerden me met hun bezoek.
De bloemenweide is dit jaar weliswaar een fiasco gebleken; dat pakket akkerzaden van de Provincie Vlaams-Brabant gaf niet het gewenste resultaat. Maar volgend voorjaar stel ik weer mijn eigen zaadjes samen om een kleurrijke bloei te bekomen. Die drie percelen werden gelukkig gecamoufleerd door de prachtige schilderijen van Annemie Op de Beeck, Ami, nicht van Madame. Haar werken brachten kleur en vlammend licht tussen de planten en verfraaiden de ganse tuin.

Om tien voor tien verscheen Madame al, fris en monter zoals we dat van haar gewoon zijn. Twee dagen lang heeft ze zich met heel veel opvergave over de kassa ontfermd. Ze verwijderde zich amper van haar stoeltje. Ik zal haar nooit dankbaar genoeg kunnen zijn. De eerste bezoekers hebben we gemist toen we ons koffietje aan het drinken waren. Het koppeltje liet netjes zijn bijdrage achter aan de onbemande kassa. 
Reeds vroeg in de ochtend arriveerden Zapnimf, Moose en Krulzapje, sleurend met twee frigoboxen, tafel en stoeltjes. Zouden ze nog niet ontbeten hebben? In welke volgorde een hele resem bloggers daarna kwam aandraven, met nog veel meer lekkernijen, weet ik niet meer maar ze waren met veel: Margo en haar Smurf, Patrick (de dromer), Elke met dochtertje, Breeg, Marc, Beo (van het terziele gegane Kribbelpunt) en het lieve mevrouwtje Aquarius. Laleña kwam even later, vers uit het vliegtuig vanuit Frankrijk. Voor mij was het een complete verrassing; een blogmeetingske tijdens mijn ‘Open Tuin’-dagen had ik helemaal niet verwacht. En eten dat die meehadden! Hoe vreselijk lief van al die schatten. Het liefst was ik er gewoon bij gaan zitten, onder de tent die Annemie me uitleende.  De andere bezoekers waarschijnlijk ook, het was daar zo een gezellig boeltje.

Een woordje mag niet ontbreken over de drie prachtige  kinderen die zich zeer voorbeeldig hebben gedragen. Smurf, Krulzap en Luna zijn welopgevoede, guitige en vriendelijke kinderen, een plezier en een genoegen om ze te leren kennen.  Ik kan er niet genoeg over pochen.

Net voor iedereen naar huis vertrok, vleide Beo zich nog even neer op het gras. Het reality-filmwerk van Smurf  liet hij aan zich voorbij gaan. Toen iedereen vertrokken was en ik de overgebleven restjes in huis wilde halen, vond ik Beo niet meer op zijn laatste slaapplaats. Ik zocht de tuin af en kon hem maar niet vinden. Mijn dochter en schoonzoon gingen mee op zoek.
Wat bleek?
Beo lag helemaal achteraan in de tuin op de harde dolomiet. Te mooi om er geen foto van te nemen. Schoonzoon ‘nam’ hem drie keer, bij de derde keer schoot Beo wakker. Als kleine kinderen vluchtten we lachend het huis in.
Door het raam zag ik vervolgens de mens pogingen ondernemen om te stappen, met frigobox, richting straat. Nog net op tijd kon ik hem ervan overtuigen dat het niet verstandig was om achter het stuur plaats te nemen.  Ik nam zijn hand en stelde hem voor een bedje voor hem te dekken in de tuin (Hij vond mijn handje lief, zei hij, maar dat zal hij nu wel niet meer weten). Ik legde een matras op het gras, spoot zijn benen in met muggenspray en dekte hem toe met een dekentje. Hij was meteen weer in dromenland (lees: zijn roes uitslapen).
Twee uurtjes later zag ik wéér een mens wandelen in mijn tuin. En weer was het Beo die een volgende poging ondernam, met frigobox, om bij zijn auto te raken…
De tafel was intussen al gedekt voor een man meer. Mijn oudste dochter had ons thans ook vervoegd. Samen met Beo genoten we van een mini-barbecuetje, bereid door schoonzoon. We hebben nog gelachen tot een uur of één.

Een geslaagde eerste Open Tuindag en heel veel gezelligheid. Dank aan alle bloggers voor deze surprise-party!

(Foto’s: Beo en mijn schoonzoon)

Op de valreep

Mijn relaas over de Open Tuindagen en de verrassende wendingen die daarbij plaatsvonden, zullen tot morgen moeten wachten. Ik heb me namelijk twee uur geleden gerealiseerd dat ik mijn belastingsaangifte nog moest invullen.  De eerste keer met tax-on-web. Het viel eigenlijk nog wel mee want meer dan negentig procent van de getallen stond al ingevuld en ik heb me een nachtelijk tripje naar de belastingsurne bespaard.

Weest welkom, gij allen

‘Open Tuinen’-deelnemers zijn rare mensen. Je moest me hier zien zitten: mijn nagels zijn nauwelijks nog schoon te krijgen, mijn voeten zijn eeltiger dan het achterste van een olifant en mijn haar is zo lang als dat van een bosmens. Ik denk dat ik ‘Pipi Langkous’-staartjes zal moeten maken voor de gelegenheid.
En toch ben ik nog altijd minder fanatiek dat de meeste participanten. Oké, een netel laat ik ook niet gauw staan, maar bepaalde onkruidsprietsels kunnen zich zodanig vermommen dat ik ze soms als edelheid zie. En op den duur trek ik ook wel eens een scharnierbloem uit als ik al te veel over woekerende solidago’s heb gesakkerd.
We zijn met z’n allen al bezig sinds zowat de maand maart over mooie planten en zo en hoe we onze bezoekers het best zouden kunnen behagen.
Bezoekers zijn immers vreselijk toffe mensen. Ze verplaatsen zich soms een liederlijk eind om naar jouw tuin te komen kijken. Ik vind dat alleen al een heel groot privilege. Ze zijn zo gedisciplineerd, zo rustig en er zijn er zelfs die weer en wind trotseren, mét paraplu. Als ze dan nog vragen stellen of een bepaalde bloem in je tuin mooi vinden, of als ze blijven plakken, dan ben ik helemaal content.  De kwantiteit van de geïnteresseerden speelt niet zozeer een rol, ik geniet er het meest van als mensen zich goed voelen in mijn tuin. 

Bij deze zijn jullie bloggers allemaal van harte welkom. De gratis inkomkaart onderaan dit logje zal nodig zijn voor degenen die niet bekend zijn bij deze ervaren blogster die zo bereidwillig is om aan de kassa te willen zitten. De gratis kaart heeft Menck voor mij gemaakt; ik ben daar allesbehalve een krak in.
Ik bedank alvast Annemie Op de Beeck kunstschilderes en nicht van hogervernoemde madame, die heeft toegezegd om haar schilderijen in mijn tuin te komen exposeren. Een sympathieke dame, boordevol inspiratie en kleur. Een voorproefje van haar werken vind je hier.

 (Fotootjes van mijn ‘Lommerhof’ zijn te bekijken op http://lommerhof.wordpress.com/)

Acht nieuwe wonderen

Het was enkel als decoratie bedoeld. Een nestkastje op overschot dat fraai hing tegen het gereedschapshokje achter in de tuin. Op een donker plekje. Het was toevallig naar het oosten gericht (zoals dat hoort).

Toen ik afgelopen week de kippeneieren ging rapen, merkte ik plots een aan- en heengevlieg van een koppeltje meesjes. Hun bekjes vol met wormachtige goodies. Een gepiep van jewelste kwam uit het houten kastje vandaan. De volgende dag, tijdens de eieroogst, zag ik een babymeesje aan het ‘loket’ verschijnen. Het snoof even wat frisse lucht en haastte zich weer naar binnen. Hét zou dus binnen de kortste momenten gebeuren. Ik snelde in huis om mijn camera te halen en was nog net op tijd om enkele uitzonderlijke opnames te maken. Vijf meesjes heb ik het nestje zien verlaten. Toen bleef het stil. Zou ik durven gaan kijken? Vier van mijn zes katten bleven halsstarrig naar het kastje gluren. Heel voorzichtig opende ik het deurtje. Drie kleintjes lagen nog lustig te slapen, schrokken even van het levenslicht en legden weer hun kopjes neer. Intussen leerden ma en pa de vijf anderen vliegen. Van lage boom naar hogere tot in de top van de allerhoogste berken. Plots zoefde het zesde kleintje rakelings langs mijn hoofd tot op de eerste lauriertak. De volgende morgen waren ze allemaal weg, uitgevlogen!

Een stukje puur natuur. Ik denk dat we leven om zoiets moois te mogen zien.

Aprilkevers

 

Het schemerde al toen ik de tuinactiviteiten stopte. Het glaasje wijn dat ik mezelf uitschonk aan de terrastafel smaakte. Het licht van de keuken brandde. Ik hoorde geritsel, een enthousiast geritsel dat ik meteen herkende. De poezen gedroegen zich hebberig en nerveus.

Een meikever? Moet de beukenhaag niet eerst groen zijn voor ze zich vertonen?

Een koppeltje aprilkevers speelde dartel verstoppertje. Ik moest meer licht maken om ze te lokken en er een foto van te nemen.

En of ik ze gezien heb!

 

 

 

Foto’s 24 april 2009

‘Was’ ik moe!

 

Hoog en droog, bescherming zoekend voor Pixel die nog veel te speels is en me voortdurend komt treiteren. Wist ik veel dat die was net van de draad kwam en dat het vrouwtje die nu opnieuw in de machine moet stoppen!

Boven de boomtoppen

 

Je was er!

Ze was mooi om te zien. Ik denk dat ze ook vanbinnen mooi is. Ze bestudeerde de zaadjes, ze lachte steeds. De fruitboompjes die ze kocht pasten precies in haar tas die ze bij de ingang van de serre liet staan. Ze zocht de uitgang in de verkeerde richting. Ik wou dat ik haar kon leren kennen.

Padje over

Amper een week na hun veilige aankomst zijn ze er al mee begonnen. De kennismakingsronde is geenszins vlekkeloos verlopen. Elk jaar merk ik het; zoals in The Bold And The Beautiful heeft iedereen het al met iedereen gedaan. Het recht van de sterkste en de meest bevallige telt ook hier niet; degene die beschikbaar is, wordt meteen gepakt voor een beurt. Een héél lange beurt. Het grotere vrouwtje moet het kleinere mannetje op de rug torsen, urenlang, dagenlang.

Ik betrapte hen stiekem tijdens het baltsen. Moeilijk te bepalen wie dit veroveringsspelletje uiteindelijk won in dat kluwen van lijven en poten.

Hun gestoei heeft quasi onmiddellijk vruchten afgeworpen: lange paddensnoeren banen zich kronkelend een weg tussen de lissen in de vijver. Twee- à drieduizend eitjes per koppel. 

Het is nu dat je ze moet bespieden want straks gaan ze weer aan land. Volgend jaar alweer een pak meer specimen om veilig over te zetten.

[ Foto's zijn aanklikbaar ]

Tekenpest

 

Voorlopig sla ik het ochtendritueel dat Pixel, mijn jongste kater, met mij wil aanhouden, over. Hij staat daarbij aan mijn slaapkamerdeur te miauwen tot ik hem binnen laat. Dan moet ik vliegensvlug weer in bed kruipen (ook als ik me verslapen heb) om hem, onder mijn lakens, flink te knuffelen. Daarna begeleidt hij mij naar het toilet waar ik tussen de deurspleet met een wc-papiertje moet wapperen zodat hij het velletje met beide pootjes langs de andere kant kan ‘veroveren’.

Hij begrijpt het niet, maar dit spelletje kan ik niet meer meespelen vooraleer ik hem verlos van de twee teken die hij op zijn kop heeft zitten.

Mijn Pixel moet een tekenbandje dragen, tegen wil en dank. Hij die zo graag wil laten zien dat hij in de hoogste bomen klimmen kan. Gedaan met de dartelheid; zijn eerste bandje zal hij haten als de pest en het aanzien als een beknopte bewegingsvrijheid. Echter, Pixel slaapt me de laatste tijd iets te veel. Ik denk dat hij wordt leeggezogen.

Ik had liever nog even gewacht tot ze in die u wel bekende Duitse keten de tekencolliers voor katten aanboden voor iets meer dan een euro. Maar die promotie loopt nog niet, terwijl de teken al lang weer wakker zijn. Verleden jaar kocht ik er zes, voor elk van mijn poezen eentje. Ze hebben sindsdien geen enkele teek meer in hun vel gehad.
Negen keer meer heb ik moeten neertellen voor zo een halsketting bij de apotheker. Ik wacht op een gewillige die mij wil helpen om Pixel dat ding rond zijn nek te slingeren. Hij zal zich verweren, vreselijk kwaad worden en zich een tijdje niet meer laten zien.

Ik had hem zo graag zorgeloos in de bomen zien klauteren.

Ga je met me mee?

Als ik het allemaal niet meer zie zitten, zet ik dit nummertje op. Pat Metheny, al jaren mijn lijfmuzikant.  Als je eens bij hem blijft plakken…

Het is de moeite om het helemaal te beluisteren. 

 

Laat en vroeg

Eindelijk! Ze zijn, met heel veel moeite weliswaar, de straten overgestoken. Het aantal ongelukkigen dat zijn uiteindelijke bestemming niet heeft gehaald, valt voorlopig mee. De overzet gebeurt in verschillende fasen, ik waag me er vooralsnog niet aan om een cijfer te plakken op mijn paddenbestand van 2009.

Tot op heden zijn dertien padden in mijn vijver beland. Vier ervan heb ik een duwtje moeten geven, al hadden ze beslist hun meet ook zonder mij gehaald.

Eigenaardig dat Pixel, mijn jongste kater, vannacht ook buiten bleef. Met padden moet je als kat niet te veel spelen, ze scheiden een gifstof af die erg storend kan zijn.

Het werd me algauw duidelijk dat er nog andere vijverbewoners waren ontwaakt uit hun winterslaap. Stel u voor, zelfs de kikkers zijn al op pad. In mijn hele amfibieënwaarneming heb ik zulk een fenomeen nog nooit gezien: padden en kikkers zo vroeg op het jaar al samen in de vijver.

Mijn geluk is compleet. Twee onverwacht simultane voorjaarsfenomenen zijn dubbelop: de lente heeft een overtuigende start genomen.

O ja: kent iemand de naam van de bloemetjes op de laatste foto? Vandaag ontdekte ik ze plots in een grindwegel.


[ Foto’s: Menck ]

Luie slapers

Genoeg geluierikt, de buitenwerkzaamheden moeten vanaf nu stevig aangepakt worden. Het zonnige weertje van dit weekend heeft me naar buiten gelokt. De grote tuinkuis lijkt onoverzichtelijk en onhaalbaar. De composthoop piekt torenhoog boven de begane grond uit terwijl nog maar tien procent van de tuin aan de orde kwam. Het is een dankbaar werk als je het resultaat voor ogen houdt.

Tussen de nog schoon te maken borders openen zich de kelkjes van de krokussen in de richting van de zon.

Het wordt langzaam tijd dat de padden zich aan hun oversteek wagen, ze zijn laat. 

Update:

Intussen heeft het hier gesneeuwd, gewaaid en veel geregend. De krokussen zijn weer gaan liggen en van de padden nog geen enkel spoor. (Net terug van een nachtelijke rondgang met zaklamp)

 

Orgaangift

 

Het gebeurde toen ik er toch moest zijn om een paar papieren te laten tekenen. Op de toog van de dienst ‘Bevolking’ van de gemeente lagen een paar foldertjes over orgaandonatie. Waarom ze niet even invullen nu ik een paar minuten tijd had. Anders komt een mens daar toch nooit toe.

Even snel reflecteerde ik dat een half mens evengoed begraven of verast kan worden. Wie zou het verschil ooit merken?

Zes handtekeningen heb ik gezet. Mijn exemplaren hoefde ik niet bij te houden; ik sta immers in de database en kan daartegen geen verzet meer aantekenen. Hoeft ook niet.

Jammer dat ik niet verder kon uitweiden over de kwaliteiten van mijn aan te bieden organen en lichaamsdelen. Ik heb namelijk fantastisch goede ogen. Oké, mijn vliesjes zijn niet meer zo uitrekbaar zodat ik een leesbrilletje nodig heb, maar in het ver zien ben ik een absolute kampioen. Ik zie nog elk verkeersbord op grote afstand en als iemand geld verliest zal ik de eerste zijn om het te vinden.

Mijn neus is volgens mij ook niet mis; niet krom, niet te groot en niet te klein en bovendien is hij heel opmerkzaam. Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van mijn oren die tot de doorsnee maat kunnen gerekend worden. Ze zijn wel erg gevoelig en hebben af en toe een propje te verwerken.

Mijn mond is heel erg sensueel en ontvangt ogenblikkelijk de juiste signalen. Om die te voelen neemt de ontvanger best mijn linkertepel gelijk ook over. De rechtse daarentegen is wat flauwtjes voor ontvangst en zou enkel als ornament kunnen dienst doen.

Mijn haar kan ooit nog dienen als toepetje of verlengstuk. Het groeit als kool, is heel dik en de grijze exemplaren kunnen in een wip gekleurd worden. Pas toch op voor allergische aandoeningen; ze verdragen enkel natuurlijke producten.

Mijn longen worden beter niet herbruikt. Ze vertonen ongetwijfeld ferme sporen van de rookwaar waaraan ik me bezondig. Alhoewel, ik heb vroeger veel aan sport gedaan en hun inhoud is niet te onderschatten.

Hetzelfde kan gezegd worden van mijn baarmoeder. Kinderen krijgen was voor mij geen enkel probleem; mijn baarmoeder is een grote zaal. Menig gynaecoloog heeft me verkondigd dat daar nog een tiental embryo’s kunnen gehuisvest worden, ook nog na mijn vijftigste. Mijn bekken is niet erg breed maar kinderen floepen er desalniettemin vlekkenloos door.

Mijn maag is ijzersterk en verdraagt de meest gepeperde spijzen. Mijn buikwand is minder appetijtelijk van uitzicht maar kan zeker nog gebezigd worden voor huidtransplantaties allerhande.  Want hoe ik ook probeer, hij blijft permanent aanwezig.

Mijn voetjes moeten in ieder geval gerecycleerd worden; fijn en smal als ze zijn, passen ze in elk schoentje van de mooie prins. Een dikke teen is weliswaar geopereerd geworden. Kon ik er iets aan doen dat mijn moeder absoluut wilde dat ik prima-ballerina werd?

Mijn benen zijn wat ouder geworden maar mits een paar keer scrubben kunnen ze er wel weer tegenaan voor een aantal jaren. Ze zijn het ganse jaar wat lichtgetint en verbranden nooit bij een teveel aan zon.

Mijn rug wordt liefst onmiddellijk afgevoerd, al houdt hij nog wel stand op voorwaarde dat hij de eerste uren van de dag even zou kunnen roderen.

 

Eigenlijk voel ik me goed vandaag. Weten dat na mijn dood misschien iemand nog zal kunnen profiteren van mijn organen die ik vandaag ten dienste heb gesteld.

Het stemt me vrolijk.

Enjoy me!

De waarde van het essentiële

 

Het bericht over madam Menck is ook hier hard aangekomen. Plichtsbewuster kon ze niet zijn. Soms, wanneer ze te ziek was om te gaan werken, porde ik haar aan om eens een dagje thuis te blijven en uit te zieken. Neen, met koorts sleepte ze zich naar de dokter om een voorschrift voor een paardenmiddel en ging nadien toch werken. Ze heeft zich niets te verwijten, integendeel.

Het is alsof vele firma’s de crisis als stokpaardje gebruiken om zichzelf in de toekomst in te dekken voor eventueel aankomend onheil. Ik hoop dan ook van harte dat hun bedrijf in het honderd loopt door gebrek aan gekwalificeerd personeel en dat ze zich later (te laat) zullen realiseren hoeveel meerwaarde goede arbeidskrachten voor een winstgevende firma betekenen.

De negatieve aspecten van mijn job heb ik de afgelopen maanden leren relativeren. Vooral nu welhaast enkel de knelberoepen nog vacatures bieden heb ik, achteraf beschouwd, een nog niet zo slechte beslissing genomen. En wie weet worden de beroepen in de zieken- en bejaardenzorg eindelijk eens opgewaardeerd. Het zou een goede zaak zijn.

Het moest er eens van komen dat macho-managers die tandenpoetsend door de gangen van hun bedrijf paraderen eindelijk eens het deksel op de neus kregen. Is er in deze tijden nog applaus voor hun achterlijke gedrag, hun ellenlange discussies, hun tele-persconferenties waar details de items van het moment beheersen? Incentives, teambuilding, objectives: zonder krediet zijn ze waardeloos in de huidige slabakkende economie. Drie krachten kunnen vervangen worden door een enkele die minder praatjes heeft.

Ze zullen de verkeerden ontslaan, de duursten bewaren of reëvalueren, de goedkoopsten verkeerd inschatten en/of geen kans geven. Of omgekeerd. Neen, dat zullen ze niet doen, ze zullen enkel gaan voor hun eigen vel.  

Ik zwijg tegenwoordig over de wantoestanden die ik ervaar, om mijn job niet te verliezen. Het menselijk aspect is nu niet nu meer aan de orde. Ja-knikken moeten we doen, altijd en overal.  En nooit meer in zwangerschapsverlof gaan, nooit meer ziek zijn en handelen als een duizendpoot.

Een ware kunst is het om nu nog een gat in de markt te vinden. 

En in deze tijden heb ik gesolliciteerd voor een job bij de gemeente. Mijn kandidatuur werd voorlopig weerhouden en ik mag deelnemen aan de selecties. Selecties, wervingsreserves: het zijn loze woorden geworden. Misschien maak ik kans en kan België door mij besparen.

Of moet ik die plaats aan jongeren laten die nog meer moeten knokken?

Niet te koop

 

 

Tot overmaat van ramp blijkt dat mijn huis nu minder waard zou zijn dan vijf jaar geleden. Net nu de jaarlijkse vastgoedbijlage van Het Nieuwsblad het tegenovergestelde beweerde in zijn uitgave van verleden maand. Ik had altijd gedacht dat makelaars een goed zo hoog mogelijk schatten, overdreven zelfs, zodat ze een hoger bemiddelingsloon zouden incasseren. Bovendien moet ik hemel en aarde verzetten om mijn eerste raming van vijf jaar geleden, die ik hen meegaf ter vergelijking, terug te krijgen. Waarom houden ze die achter? Of is mijn vermoeden juist als ik denk dat daarachter iets louche verscholen kan zitten? Bovendien is de oude keuken totaal vernieuwd, is de tuin volledig aangelegd en heeft mijn slaapkamer nu een groot raam met zicht op de tuin. Met elf procent vermindering (zoals in de media wordt gezegd) in vergelijking met dezelfde periode van verleden jaar zou ik nog kunnen leven maar met 35.000 euro minder heb ik grote bedenkingen.

Wat bezielt zo’n makelaar dan? Een grotere marge als voordeel op de crisis? Minder koosjere praktijken die ze gaan handhaven?

Een mens zou dus een oen zijn om zijn huis onder deze omstandigheden te koop te stellen en zich een kleinere woonst aan te schaffen of te gaan huren. Die aankoopprijzen zijn immers wel gestegen.

Dan nog liever blijven aanmodderen om de eindjes aan elkaar te knopen. En dat lukt me, voorlopig, zonder krediet. Want als je dan een bank gevonden hebt die je wil helpen, blijkt algauw dat deze hulp eerder leegzuigen betekent en dat de addertjes onder het gras van zo’n contract nu nog minder te traceren zijn als voor de financiële crisis. Bedenk daarbij dat banken beroep moeten doen op steun van ons, de belastingsbetalers. Hun arrogantie druipt er nog meer van af dan weleer. Ik begrijp hun pretentie en onbereidwilligheid niet nu ze eigenlijk een toontje lager zouden moeten zingen.  Waar zullen ze hun klanten vandaan halen als ze zich enkel nog willen richten tot de allerrijksten die inmiddels ook een stuk armer zijn geworden?

Mijn vorige stukje omtrent mijn woning was erg pessimistisch omdat ik door het bos de bomen niet meer zag. Maar toch kies ik voor de moeilijke weg. De weg van het inleveren, van het besparen en van het nog meer focussen op een leven met minder materiële vrijheid. 

En ik leef nog altijd, mijn innerlijke waarden zijn nog steeds dezelfde gebleven en ik heb een schuldgevoel en ben verlegen tegenover degenen die moeten overleven met een heel stuk minder dan ik.

Bedankt voor jullie morele steun. Het was helemaal mijn bedoeling niet om financieel gesteund te worden. Mijn excuses moest dit anders zijn over gekomen want ik wilde enkel mijn gevoelens bloggen.

Daarna hebben Pixel en ik samen de sudoku opgelost.

259_5915

 

Dendermonde

Hierop commentaar geven heeft geen zin; commentaren ontvangen ook niet.

Ik denk alleen aan het verdriet van de ouders en familie van die onschuldige slachtoffers.

De laatste strohalm

 

Hou op met jezelf wat wijs te maken, Chelone. Hou op met je overtollig huisgoed te verkopen op het net. Niemand is op dit moment geïnteresseerd in Netsuke’s, de ivoren kimonoknopen van voor de Chinese revolutie die je van je tante erfde. Ook niet in het op doek geschilderde zeezicht dat je bij de toen nog jonge veilingmeester Bernaerts kocht voor een appel en een ei en waar je nog steeds van overtuigd bent dat het toegeschreven wordt aan de romantische school van de Nederlandse schilder Mesdag. Besef nu toch dat er voor kristallen karaffen en fijn geslepen wijnglazen geen markt meer is.

Hou ermee op jezelf te beklagen, Chelone. Je bent toch altijd al een strijdbeest geweest? Herinner je toch eens de tijd dat je zijn door het raam gezwierde hemden in de vorst liet verstijven op de binnenkoer en dat je een vuurtje maakte van zijn CAD/CAM-cursus. Vergeet niet dat je voor de kinderen een badje opwarmde uit bijeengeraapte sneeuw. Ja, toen was je nog sterk.

 

Het gaat nu om mijn huis dat ik niet wil verliezen. Ik wil niet dat hier andere mensen komen wonen. Ik haat de gedachte dat ze mijn muren opnieuw bepleisteren of behangen en dat ze slapen in mijn slaapkamer waarin ik een groter raam liet plaatsen voor meer uitzicht op de tuin. Ik wil niet dat ze koken in mijn net geïnstalleerde keuken en daar de eigenhandig geplaatste rolgordijntjes van Ikea op- en neerhalen. Het is uitgesloten dat ze zich verwarmen aan mijn haard. Nu, het ouderlijke hout zou ik sowieso meenemen naar die plek waar ik nooit zal willen zijn. Dat gun ik hen geenszins van harte.

Dat ik ze maar nooit betrap op mijn terras waar ik in maart de padden te water hielp en vervolgens Natuurpunt opbelde dat ze – om kwart na elf ’s avonds, nota bene - moesten komen kijken hoe verschrikkelijk mooi dat was. Ik wil niet dat ze hier barbecueën en blogmeetings houden.

De massa planten die ik van Menck en zijn vrouwtje kreeg, neem ik ook mee. Zij, de mensen die ik zal verfoeien, zullen het moeten stellen met een grasveld; een voetbalveld met heel veel mos en een extra droge grond. Ze zullen toch geen geld meer overhouden voor een ‘volledig aangelegde tuin’.

Dat ze ook maar van mijn buren afblijven. Ik was het die met haar, mijn allerliefste vriendin, naar het ziekenhuis mocht rijden toen ze eindelijk een nieuwe long kon krijgen. Ik wil enkel dat zij blijft komen met groenvoer voor mijn kippen en dat ik haar biologische eitjes in de plaats kan geven.

Mijn huis werd geschat, ik hoef het resultaat niet te kennen. Ze hebben me gebeld; ik haat vastgoedkantoren. Mijn huis, mijn thuis, is onmogelijk in cijfers uit te drukken. Niemand kan hier ooit gelukkiger worden dan ik het was.

 

De soep staat op, de ene helft voor mijn dochter, de andere voor mij. Zij weet niet dat ik die gebrouwen heb van de restjes die eigenlijk voor de kippen bedoeld waren en die ik kreeg van de warenhuisketen waar ik altijd mijn boodschappen doe. Alsof deze praktijken me verder zullen helpen.

Omstreeks twaalf februari zal ik weer betaald worden. Nog twee weken, ze moeten overbrugbaar zijn. Toch leef ik nog in mijn eigen huis. Nog.

Chelone, wees voor een keertje verstandig en verkoop je huis. Koop er een kleiner goed van en tel je winst! Misschien staat er ergens een charmant exemplaartje te wachten met de tuin op het zuiden gericht.

 

 

Foto: Stef Flater

Wepper

 

 

Sinds oktober van verleden jaar ben ik, tegen wil en dank, Wepper (*) geworden.

Het komt erop neer dat ik deelneem aan een soort van doorstromingsprogramma voor mensen die meer dan twee jaar werkloos zijn. Het doel is om ze weer te integreren in de arbeidsmarkt, om een werkervaring op te doen waarna ze weer kunnen doorstromen naar het normaal economisch circuit.

In de praktijk betekent dit dat ik samen met allochtonen, sexueel andersgezinden en vijftigplussers aan werk kan en moet geraken. De overheidsinstellingen zijn de welwillende afzetmogelijkheden, voorzien in de wet van 2002. Ze krijgen daar grote subsidies voor in de plaats.

De duurtijd van mijn contract is maximaal achttien maanden.

Twaalf jaar lang was ik interim in de grootste bedrijven van België. Ik heb ze zowat allemaal gehad. Ik was flexibel, tolerant, viertalig en pendelde van de ene firma naar de andere naargelang iemand me dringend nodig had om verlofdagen, zwangerschapsafwezigheid en zieken te vervangen. Steeds weer aanpassen, vertrekken als ik het daar net naar mijn zin had, altijd weer nieuwe computerprogramma’s aanleren, zich voegen naar de wetten van de opdrachtgever.

Extra legale voordelen voor interims bestonden (en bestaan nog) niet, ook geen groepsverzekering of enige vorm van anciënniteit viel me te beurt. Bij Procter & Gamble bijvoorbeeld, waar ik maandenlang werkte, kreeg ik geen participatie in de aandelen en kwam ik niet in aanmerking voor het gigantische kerstcadeau dat de ‘normale werknemer’ wel mee naar huis mocht nemen. Zo graag was ik eens gaan shoppen in hun voordeelwinkel waar pampers, wasproducten en al de rest zo prijsgunstig waren. Ik was afhankelijk van de goodwill van de ingezetenen die meestal al bijbestelden voor vrienden en familieleden.

Na mijn laatste interimervaring bij een chemisch bedrijf in het Brusselse, gaf ik de brui aan het steeds ter beschikking staan. Mijn contract werd plots opgezegd door een reorganisatie van het bedrijf. Als een van de laatsten bleef ik op het zinkende schip. De ontslagbrieven moesten namelijk getypt worden alsook de vakbondsnotulen. Harde onderhandelingen, huilende en opstandige mensen. Ik kon er slechts naar kijken en beseffen dat voor mijn geval geen enkele compensatie voorzien werd. Ik wilde nadien voor het statuut van de interims vechten, maar mijn verzet was dat van een enkeling. Geen enkele instantie deelde mijn bezorgdheid.

Ik was opgebrand en had een degout van uitzendarbeid, mijn dochters geraakten moeilijk uit hun puberteit en ik was alleenstaand.

Ik bleef thuis, verslagen en uitgebuit.

Eindelijk kreeg ik verleden week een positief antwoord op mijn sollicitatie om fulltime te gaan werken. Yes, ik lag nog in de markt!  De kleine firma beviel me, ik zou mijn talenkennis kunnen gebruiken en ik zou geen Wepper meer moeten zijn. Ik zou onmiddellijk kunnen beginnen.

Toen kwam de verloning ter sprake. Ik zou dertig euro meer verdienen dan hetgeen ik nu parttime verdien, en dat voor een fulltime job!

Met dertig euro meer per maand kan ik mijn rekeningen nog niet betalen. Ik zou dus wel zot zijn om deze job aan te nemen.

Voorlopig bekommer ik me dus om de oudjes-van-dagen. Ik hoef me geen representatieve kledij aan te schaffen, ik ben nooit na vier uur thuis en in de zomer kan ik tijd besteden aan al wat natuur is.

Ik heb enkel nog een jobke in het zwart nodig. Ik ben een harde werker, viertalig, tolerant, flexibel en je zal echt niet merken dat ik al boven de vijftig ben.

 

(*) WEP = WerkErvaringsProgramma

Oudere Berichten »