Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2008

 


Bijna – maar toch nog niet helemaal – genezen zijn, heeft zo zijn voordelen. Een overvloed aan verse eitjes, maar nog te ziek om ze naar de buren te brengen.
Tijd dus voor mijn eerste Boerenbondse appelcake. Ik heb weinig geduld voor zulke bezigheden maar ik wilde het toch een keertje proberen.
Boter zacht maken au bain marie leek me sneller te gaan dan ze vorkgewijs te kneden. Een beetje nattig maar veel verschil zal dit niet uitmaken.
Afwegen kan dan wel belangrijk zijn, afmeten kan dus ook. Een doos zelfrijzende bloem en een zak suiker wegen elk een kilo. Om tweehonderd vijftig gram af te meten hoefde ik simpelweg maar drie streepjes te zetten op de zak door middel van een meetlatje. Toch simpel, gewoon gedeeld door vier? Veel eenvoudiger en een hoop minder afwas.
Het eiwit eigenhandig stijf kloppen was me iets te veel gevraagd. Daar heb je nu eenmaal elektrische kloppers voor. Toen ik plots besefte dat ik die klopper wegens niet-gebruik aan een vriendin schonk, zou de mixer van dienst diens functie moeten overnemen.
Het eiwit wilde maar niet stijf worden. Oh well, in onze magen komt uiteindelijk toch ook alles samen en volgens mij werd het geheel een volwaardig deeg.
Nu de appeltjes nog.
“Met een groot mes dat u eerst even in het water dompelt, de helft van het deeg op de bodem van de plaat strijken”. Welke plaat, wat plaat? Hoezo mes? Waarom een groot mes?
Chelone wist wel beter, die van de Boerenbond willen het enkel maar moeilijker maken om een huismoeder wat denkwerk te laten verrichten. Ze zou zich niet laten vangen. Gewoon de helft van het deeg in een vorm gieten, daar had je toch geen mes voor nodig, duh!
Vier appeltjes voor de tweede laag, ik had er nog maar drie. Mijn dochter had er eentje mee voor onderweg. Drie appeltjes zouden het ook wel doen. Zie je wel, ik had er nu al twee te veel.  Ze moeten hier niet overdrijven, hé!
Tweede laag deeg erover, huppakee, fluitje van een cent.
Het ruikt hier intussen heerlijk terwijl ik dit stukje schrijf. Nog vijftien minuutjes wachten tot de appelcake klaar zal zijn.
Normaal moet je ze dan nog met verwarmde abrikozenconfituur bestrijken. Ja zeg, die heb ik echt niet in huis. Het zal perzikenjam worden en wat ze met “eiwitglazuur” bedoelen zal mij een zorg wezen.
Mijn eerste zelfgemaakte appelcake. En ik heb begot nog twee ingrediënten over; een pakje vanillesuiker en een citroen. Die gooi ik er straks nog even over.
De ovenbel rinkelt! Ons moeder heeft een cake gebakken! 

Update: de cake smaakt volgens mijn dochter naar echte cake. Het glazuur werd minder goed bevonden. Waarschijnlijk moest die erover toen de cake nog warm was. Een mens kan tenslotte niet aan alles denken. Ikzelf ga er niet van proeven, ik ben namelijk op dieet.
 

Advertenties

Read Full Post »

Elastieke benen

Je weet pas wat het is, als je het zelf eens hebt meegemaakt.
Tot hiertoe kende ik het verschil niet tussen een banale verkoudheid en een griep want die laatste heb ik nooit eerder mogen ervaren. Ik vond grieperige mensen altijd schattig; vooral mijn kinderen waren heel braaf als het virus hen te pakken kreeg. Voor elke lieve attentie en ieder zelfgebrouwen drankje werd ik altijd dubbel bedankt. Moeder-zijn was toen nog echt de moeite.
Mijn eerste eigen griep ooit loopt op dit moment allesbehalve over van schattigheid.
“Aan je wilde haardos te zien, heb je blijkbaar geen rustige nacht achter de rug, mam”, goeiemorgende mijn dochter me gisteren. Ik kon me amper oprichten vanuit mijn zetel, verdwaasd en gedesoriënteerd als ik me voelde. De nacht was hallucinant geweest. Ik heb liggen baden in het zweet. Maar toen had ik nog geen besef dat die rare ziekte mijn hele lichaam in haar grip zou krijgen.
Het begon met mijn neus. Die druppelde als een snel lekkende kraan, mijn oogleden werden zwaar en vielen neer, mijn stoel verlaten werd een uitzichtloze opgave. Ik zag flitsende sterretjes, mijn huis was een ijskast en dan weer plots een sauna.
Ik weet niet meer hoe ik mezelf naar boven heb gesleept. Ik voelde ruggengraat noch benen en moest mijn hoofd ondersteunen opdat het niet op de grond zou vallen.
Ik ben een vechter maar het duurde slechts een halve strijkmand voor ik mijn deel aan Fikkie moest geven. De rest van de dag kon ik niet anders dan de boel de boel te laten en te lopen snotteren, ahen en ouwen. Bij momenten vond ik mezelf  best schattig maar vooral heel erg hulpbehoevend.
Een vers uitgeperst appelsientje en een geplet banaantje, gepresenteerd op een dienblaadje, zouden erg welkom zijn geweest. Met dien verstande dat hier nog een gezond rondlopende ziel enig soelaas had kunnen bieden, want mijn dochter lag en ligt ook plat door hetzelfde fenomeen.
Op momenten als deze, als mijn buren ook nog eens aan het verbouwen zijn en daarenboven met meer dan één kettingzaag persé bomen moeten omhakken, heb ik vandaag wel voldoende griep gehad en kijk ik – met het weinige verstand waarover ik op dit moment beschik – uit naar morgen.
Ik moet eerst nog leren hoe je die verdomd nare dingen uit je lijf moet krijgen.

Hoe ziet het gezonde leven er al weer uit?


 


Read Full Post »

Humo lezersbrief

Als we het allemaal over ons heen laten gaan, zal er in de wereld nooit iets veranderen.
En ik wil dat er iets verandert, al is het maar op kleine schaal.
Het heeft toch geen enkele zin dat mijn moeder weer moet verhuizen naar een andere instelling, met alle gevolgen van dien. Weer een nieuwe kamer, weer andere bewoners en omgeving. Weer nieuwe vertrouwenspersonen, andere gewoontes en wetten. Ik vraag me voortdurend af hoe ze zal reageren na twee of drie weken ziekenhuisverblijf. Welke blijvende lichamelijke en psychische letsels zal ze hieraan overhouden?
Moet ze ook haar rechterheup verliezen opdat ogen open zouden gaan?
Ik onderneem deze poging in mijn eentje en ben bereid er de gevolgen van te dragen. Verwijt niemand iets, ik heb het gedaan.

Mijn lezersbrief aan Humo: 
Onlangs lichtte Het Nieuwsblad alle zevenhonderd dertig rusthuizen in België door. Ze kwamen er behoorlijk goed vanaf, want slechts een klein percentage voldeed niet. Ik stond versteld van deze positieve berichtgeving. De criteria opdat een rusthuis als ‘goed’ wordt beschouwd, werden erg algemeen gehouden. De inspecteurs beoordeelden op basis van verpleging, verzorging, animatie, ergo/kine, keuken en onderhoud.
Mijn dementerende, rolstoelbehoeftige moeder resideert sinds het voorjaar van 2007 in het [censuur] in Mechelen. Ze wordt er inderdaad goed verpleegd en verzorgd, het eten is er smakelijk en er wordt flink gepoetst. Ik ga haar drie keer per week bezoeken, steeds na het avondeten van vier uur. Ik doe dit bewust omdat ik weet dat dit tijdstip een dood moment is voor de dementerende bejaarden. Dan moeten ze wachten voor ze elk op hun beurt naar hun slaapkamer worden gebracht. De televisie staat op voor degenen die nog enkel wat beelden kunnen bekijken. Anderen vallen in slaap in hun rolstoel, rammelen aan deuren om buiten te raken of jammeren maar krijgen geen gehoor. Niemand hoort hen, want ze zijn alleen in de kamer waar ze de meeste tijd van hun resterende leven zullen verblijven. Daar is geen toezicht tot een verpleegster de volgende bewoner komt halen. Die mensen hebben namelijk hun handen vol met het in bed leggen van de ruim twintig zorgbehoevenden.
Ik probeer die wachttijd wat draaglijker te maken door snoepjes aan te bieden en babbeltjes te slaan. Ze kennen me al, ze noemen me de snoepmadam. Ze stellen me vragen, ze klampen me aan, ze willen dat ik de deur voor hen openmaak, ze moeten dringend plassen.
Een tijdje geleden probeerde Piet zijn rolstoel te ontvluchten. Hij kwam ten val. Ik kon hem niet alleen helpen uit zijn benarde positie en ging op zoek naar een verpleegster. Na lang zoeken vond ik twee verpleegsters in de kelderkeuken. Ik vernam later dat Piet in het ziekenhuis lag wegens een heupbreuk. Ik heb hem nadien nooit meer teruggezien.
Op zaterdag 17 februari, tussen vijf en zeven, heeft mijn moeder eveneens een poging ondernomen om uit haar rolstoel te komen. Ik was er niet. Ook zij is gevallen. Ze werd opgeraapt en meteen in haar bed gestopt. Er werd niet onderzocht of ze zich bezeerd had. Er werd evenmin een arts bijgehaald. Voor oudere mensen kent zo’n val nochtans vaak nefaste gevolgen omwille van een poreus beendergestel.
De volgende morgen bemerkte een verpleegster dat de linkervoet van mijn moeder scheef stond. Ze werd naar het ziekenhuis gebracht voor een onderzoek. Daar bleek dat haar heup op drie plaatsen is gebroken en een dringende operatie nodig was. Ze moet die nacht verschrikkelijk hebben geleden. 
Na dit alles pas werden wij, haar kinderen, op de hoogte gebracht.
Volgens de bazin van het rusthuis is er een jammerlijk ongeluk gebeurd, het had overal kunnen gebeuren. Wat een gemakkelijk excuus! Vele verpleegsters zijn volgens haar ook ronduit dom. Ze zou de verantwoordelijke tot de orde roepen. 
Ik vraag me af in hoeverre mijn telefonische aanklacht de toestand zal veranderen. Ik maak me geen illusies; het rusthuis heeft een prangend tekort aan personeel. Zal de bazin iemand willen betalen om toezicht te houden op de dementerende mensen die alleen worden achtergelaten tussen vijf en zeven? Ik betwijfel het.
Mijn behoefte om haar hiertoe te dwingen groeit met de dag.
Zal ze de schuld echt in de schoenen blijven schuiven van de verpleegsters die nu al veel meer doen dan hetgeen er van hen gevraagd wordt?
Ik begrijp dat mensen angst hebben voor represailles door zulke toestanden aan te kaarten. Ik voel het als mijn plicht tegenover alle hulpbehoevende bejaarden.

 
Wat vinden jullie, mag ik dit doorsturen naar Humo?

Read Full Post »

Aanklacht (1)

Onlangs lichtte Het Nieuwsblad alle zevenhonderd dertig rusthuizen in België door. Ze kwamen er behoorlijk goed vanaf, want slechts een klein percentage voldeed niet. Ik stond versteld van deze positieve berichtgeving. De criteria opdat een rusthuis als ‘goed’ wordt beschouwd, werden erg algemeen gehouden. De inspecteurs beoordeelden op basis van verpleging, verzorging, animatie, ergo/kine, keuken en onderhoud.

Mijn dementerende, rolstoelbehoeftige moeder resideert sinds het voorjaar van 2007 in het (censuur) in Mechelen. Ze wordt er inderdaad goed verpleegd en verzorgd, het eten is er smakelijk en er wordt flink gepoetst.

Ik ga haar drie keer per week bezoeken, steeds na het avondeten van vier uur. Ik doe dit bewust omdat ik weet dat dit tijdstip een dood moment is voor de dementerende bejaarden. Dan moeten ze wachten voor ze elk op hun beurt naar hun slaapkamer worden gebracht. De televisie staat op voor degenen die nog enkel wat beelden kunnen bekijken. Anderen vallen in slaap in hun rolstoel, rammelen aan deuren om buiten te raken of jammeren maar krijgen geen gehoor.

Niemand hoort hen, want ze zijn alleen in de kamer waar ze de meeste tijd van hun resterende leven zullen verblijven. Daar is geen toezicht tot een verpleegster de volgende bewoner komt halen. Die mensen hebben namelijk hun handen vol met het in bed leggen van de ruim twintig zorgbehoevenden.

Ik probeer die wachttijd wat draaglijker te maken door snoepjes aan te bieden en babbeltjes te slaan. Ze kennen me al, ze noemen me de snoepmadam. Ze stellen me vragen, ze klampen me aan, ze willen dat ik de deur van hen openmaak, ze moeten dringend plassen.

Een paar maand geleden probeerde Rik zijn rolstoel te ontvluchten. Hij kwam ten val. Ik kon hem niet alleen helpen uit zijn benarde positie en ging op zoek naar een verpleegster. Na lang zoeken vond ik twee verpleegster in de kelderkeuken. Ik vernam later dat Rik in het ziekenhuis lag wegens een heupbreuk. Ik heb hem nadien nooit meer teruggezien.

Op zaterdag 17 februari, tussen vijf en zeven, heeft mijn moeder eveneens een poging ondernomen om uit haar rolstoel te komen. Ik was er niet. Ook zij is gevallen. Ze werd opgeraapt en meteen in haar bed gestopt. Er werd niet onderzocht of ze zich bezeerd had. Er werd evenmin een arts bijgehaald. Voor oudere mensen kent zo’n val nochtans vaak nefaste gevolgen omwille van een poreus beendergestel.

De volgende morgen bemerkte een verpleegster dat de linkervoet van mijn moeder scheef stond. Ze werd naar het ziekenhuis gebracht voor een onderzoek. Daar bleek dat haar heup op drie plaatsen is gebroken en een dringende operatie nodig was. Ze moet die nacht verschrikkelijk hebben geleden. Na dit alles pas werden wij, haar kinderen, op de hoogte gebracht.

Volgens de bazin van het rusthuis is er een jammerlijk ongeluk gebeurd, het had overal kunnen gebeuren. Wat een gemakkelijk excuus! Vele verpleegsters zijn volgens haar ook ronduit dom. Ze zou de verantwoordelijke tot de orde roepen. 

Ik vraag me af in hoeverre mijn telefonische aanklacht de toestand zal veranderen. Ik maak me geen illusies; het rusthuis heeft een prangend tekort aan personeel. Zal de bazin iemand willen betalen om toezicht te houden op de dementerende mensen die alleen worden achtergelaten tussen vijf en zeven? Ik betwijfel het. Mijn behoefte om haar hiertoe te dwingen groeit met de dag.

Zal ze de schuld echt in de schoenen blijven schuiven van de verpleegsters die nu al veel meer doen dan hetgeen er van hen gevraagd wordt?

Ik begrijp dat mensen angst hebben voor represailles door zulke toestanden aan te kaarten. Ik voel het als mijn plicht tegenover vele hulpbehoevende bejaarden.

 

Read Full Post »


De eigenschappen van het stier zijn komen in grote mate overeen met mijn eigen karakter.
Ik weet wat ik wil, ik ben een gezelschapsmens maar een periodieke afzondering heb ik bijtijds nodig en die verveelt me nooit. Ik ben heel moeilijk kwaad te krijgen, maar als het eenmaal zo ver is, is mijn vertrouwen moeilijk terug te winnen. Dan strijd ik, meedogenloos, tot mijn ziel geen pijn meer voelt.
De geur van het pas gemaaide gras zal er altijd moeten zijn en bloemen mogen enkel niet oranje of de ordinairste vorm van anjer zijn. De natuur verhoogt mijn energie. Winters krijgen en maken me klein. Ik hou van het oude, van het zekere al zijn uitdagingen een must in mijn leven. Ik haat geldwolven, ikzelf hou enkel van klein materieel bezit omdat het me een zekere vrijheid en genoegen schenkt. Geluk vind ik altijd, ik wil er nooit naar zoeken.
Op enkele sites vind ik zelfs de combinatie stier/warhoofd terug, een eigenschap die sinds mijn heugenis het best bij mij past.
Maar ik geloof niet in horoscopen, daarvoor ben ik te aards. 
Ik had vandaag al mijn zinnen op het bezoek aan een rommelmarkt in Diest gezet. Ik zou er wel iets vinden voor mezelf of voor iemand waarvan ik hou.
De E314 heeft twee richtingen, ik nam de verkeerde. De afritnummers brachten me opnieuw op het goede spoor al krijg ik het telkens lastig met elk omgekeerd terugdenken.
Na drie kwartier kwam ik ter plekke aan, bemerkte weinig auto’s op de parking van het sportcomplex, keek mijn briefje nog eens na en zag dat ik anderhalve maand te vroeg ter bestemming kwam.
Oh well, ik ben in Kaggevinne, Webbekom en Bekkevoort geweest en ik had geen melk meer voor de koffie van morgen.
Dat doe ik altijd, als ik me ietwat ongelukkig voel door mijn eigen schuld. Dan ga ik een paar van de goedkoopste lotjes kopen om mijn onhandigheid weg te krabben en om mijn geluk op de proef te stellen. Stel je voor dat ik al mijn geliefden, liefst in het midden van de nacht, zou kunnen zeggen dat ze uitgebreid kunnen gaan shoppen.
Ik kocht vier Astro-biljetten. De geglaceerde kaartjes waren niets meer waard toen ik ze met een bruin muntje afschraapte.
Tot ik, door het staren op die verlieslatende papiertjes, een bonuskans ontdekte. Ik mocht waarachtig nog een keertje krabben. Een keer negen en een keer drie Euro. Mijn verlies was weer binnen.
Had ik twee weken geleden niet ook zo eens een bui van momentaan verdriet gehad? Achter het fietshokje stonden vijf gevulde vuilzakken die de ophaalrondes al enkele keren hadden gemist.
Ik wilde eerst niet maar deed het uiteindelijk toch. Met plastic handschoenen zocht ik, tussen snot, koffiedik en wattenstaaf, naar potentiële rijkdom die verleden week nog verloren bleek.
En ik heb gevonden; een ongehavend bonus-benefiet van drie Euro en een lotje dat niet meer te krabben valt wegens badend in eigen nat. Ik vond ook nog eentje, in vier versnipperde delen dat nu te drogen ligt op de verwarmingsketel. Zijn onderste deel wil op het eerste zicht niet graag bepeuterd worden. Eens kijken of het maandag, langs de achterkant beplakt, puut puut zal schreeuwen onder de scanner van de astrologische winstmachine.
Misschien heb ik het ook helemaal mis met die misleidende bonusaffaire.
Maar een stier is nu eenmaal zo; hoop doet altijd leven!

Read Full Post »

Intermezzo


.

Als interludium een plaatje van mijn laatstgeboren kattinneke, Babi. Ze wordt vier maar blijft klein.
Ze is al lang ziek, ze heeft een immuniteitsziekte. Anderhalve maand geleden ontdekte de dierenarts daarenboven nog een tumor op haar tongetje. We zouden moeten overwegen om haar uit haar lijden te verlossen. Ze kreeg haar laatste driewekelijkse cortisonespuit.
We zijn nu twee maanden verder, de termijn voor haar volgende spuit is al een maand overschreden. Babi klimt weer in de hoogste boomtoppen, brengt geregeld trofeeën mee naar huis, laat zich uitgebreid aaien en eet zich te pletter. Ik denk dat ze nog niet wil sterven. 
In het vinden van originele bedsteden is ze nog steeds primus. Bij het verschonen van mijn eigen bed vond ik ze vanmorgen in de linnenkast die ik vergat te sluiten.
Kan je nu boos zijn op zo een schatje dat daar nog even ligt te genieten voor ze weer ziek wordt?

Read Full Post »

Vitaya

 

“Vitaya is televisie voor levensgenieters en mensen die op zoek zijn naar kwaliteit in hun leven,” wordt geslogand.

Volgens mij kijkt niemand van de redactieleden naar zijn eigen zender. Waarom ik dat vermoed? Heel simpel: omdat ze net zo stapelgek zouden worden als ik moesten ze dat wél eens doen. Kim Gevaert moet zichzelf al vervloekt hebben dat ze toezegde voor een wervend clipje omtrent een bepaald sportinitiatief op het digitale net ‘Vitaliteit’. Ze verschijnt tot vervelens toe op het scherm, in steeds weer hetzelfde pakje met hetzelfde onnozele, voorgeprogrammeerde lachje. Terwijl ik aanvankelijk zo een fan van haar was, vind ik dat vrouwtje nu al helemaal niet zo sympathiek meer. Zo worden trouwens vooroordelen gekweekt.
In de aankondiging van de nieuwe afleveringen van All saints worden de personages van de oudere series nog getoond. Zouden jullie die oude prentjes alsjeblief eens willen omruilen voor de nieuwe, beste Vitayalui? En dan hebben we Martha, een menske dat ik al niet erg goed kan verdragen wegens haar zelfingenomenheid, betweterigheid en pretentie. Er moet per se honderd maal hetzelfde trailertje van haar kinderachtig optreden worden gebruikt. En dan nog eentje van een uitzending die al maanden geleden werd getoond. Ik knijp mijn oren en ogen stevig dicht als ik nog maar één enkel glimpje van haar opvang.
Bij Missing Persons Unit gaat het dezelfde toer op. Moeder zoekt volgens het voorfilmpje nog steeds haar dochter Lataya terwijl die al vier maand geleden thuisgekomen is. Moorden werden al lang opgelost terwijl ze volgens Vitaya nog steeds moeten gepleegd worden. Is het dan echt zo moeilijk om die trailers aan te passen? Die herhalingen zijn gewoon niet langer meer aan te zien.
Ik ben, werkelijk waar, geen vittend mens maar aan zulke blunders kan ik me mateloos ergeren. Heeft dat dan nog niemand voor mij gedaan? Gelukkig zijn die twee fitnessclowns van het vroege uur eindelijk van het scherm verdwenen. Vooral die lange kwibus, die gedurende heel de uitzending een schaapachtige brede lach opzette, kon me tegen de muren doen klauteren.
Waarom kijk ik dan eigenlijk nog naar Vitaya? Voor Westenwind natuurlijk, die Nederlandse serie die ik enkele jaren geleden miste toen ze op VTM (en vooraf op de Nederlandse buis) werd uitgezonden. Er zit weliswaar al eens wat vergezochte suspens in en je staat zo nu en dan bedenkelijk te kijken van het onrealistische script. Maar het blijft een verschrikkelijk spannende en ontspannende reeks.
Binnen twee weken is mijn feuilleton afgelopen. Net op tijd voor de komst van de lente en om af te kicken van de irritaties die Vitaya me gedurende de wintermaanden toebracht.

Read Full Post »

Older Posts »