Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2009

Daarna hebben Pixel en ik samen de sudoku opgelost.

259_5915

 

Read Full Post »

Dendermonde

Hierop commentaar geven heeft geen zin; commentaren ontvangen ook niet.

Ik denk alleen aan het verdriet van de ouders en familie van die onschuldige slachtoffers.

Read Full Post »

De laatste strohalm

 

Hou op met jezelf wat wijs te maken, Chelone. Hou op met je overtollig huisgoed te verkopen op het net. Niemand is op dit moment geïnteresseerd in Netsuke’s, de ivoren kimonoknopen van voor de Chinese revolutie die je van je tante erfde. Ook niet in het op doek geschilderde zeezicht dat je bij de toen nog jonge veilingmeester Bernaerts kocht voor een appel en een ei en waar je nog steeds van overtuigd bent dat het toegeschreven wordt aan de romantische school van de Nederlandse schilder Mesdag. Besef nu toch dat er voor kristallen karaffen en fijn geslepen wijnglazen geen markt meer is.

Hou ermee op jezelf te beklagen, Chelone. Je bent toch altijd al een strijdbeest geweest? Herinner je toch eens de tijd dat je zijn door het raam gezwierde hemden in de vorst liet verstijven op de binnenkoer en dat je een vuurtje maakte van zijn CAD/CAM-cursus. Vergeet niet dat je voor de kinderen een badje opwarmde uit bijeengeraapte sneeuw. Ja, toen was je nog sterk.

 

Het gaat nu om mijn huis dat ik niet wil verliezen. Ik wil niet dat hier andere mensen komen wonen. Ik haat de gedachte dat ze mijn muren opnieuw bepleisteren of behangen en dat ze slapen in mijn slaapkamer waarin ik een groter raam liet plaatsen voor meer uitzicht op de tuin. Ik wil niet dat ze koken in mijn net geïnstalleerde keuken en daar de eigenhandig geplaatste rolgordijntjes van Ikea op- en neerhalen. Het is uitgesloten dat ze zich verwarmen aan mijn haard. Nu, het ouderlijke hout zou ik sowieso meenemen naar die plek waar ik nooit zal willen zijn. Dat gun ik hen geenszins van harte.

Dat ik ze maar nooit betrap op mijn terras waar ik in maart de padden te water hielp en vervolgens Natuurpunt opbelde dat ze – om kwart na elf ’s avonds, nota bene – moesten komen kijken hoe verschrikkelijk mooi dat was. Ik wil niet dat ze hier barbecueën en blogmeetings houden.

De massa planten die ik van Menck en zijn vrouwtje kreeg, neem ik ook mee. Zij, de mensen die ik zal verfoeien, zullen het moeten stellen met een grasveld; een voetbalveld met heel veel mos en een extra droge grond. Ze zullen toch geen geld meer overhouden voor een ‘volledig aangelegde tuin’.

Dat ze ook maar van mijn buren afblijven. Ik was het die met haar, mijn allerliefste vriendin, naar het ziekenhuis mocht rijden toen ze eindelijk een nieuwe long kon krijgen. Ik wil enkel dat zij blijft komen met groenvoer voor mijn kippen en dat ik haar biologische eitjes in de plaats kan geven.

Mijn huis werd geschat, ik hoef het resultaat niet te kennen. Ze hebben me gebeld; ik haat vastgoedkantoren. Mijn huis, mijn thuis, is onmogelijk in cijfers uit te drukken. Niemand kan hier ooit gelukkiger worden dan ik het was.

 

De soep staat op, de ene helft voor mijn dochter, de andere voor mij. Zij weet niet dat ik die gebrouwen heb van de restjes die eigenlijk voor de kippen bedoeld waren en die ik kreeg van de warenhuisketen waar ik altijd mijn boodschappen doe. Alsof deze praktijken me verder zullen helpen.

Omstreeks twaalf februari zal ik weer betaald worden. Nog twee weken, ze moeten overbrugbaar zijn. Toch leef ik nog in mijn eigen huis. Nog.

Chelone, wees voor een keertje verstandig en verkoop je huis. Koop er een kleiner goed van en tel je winst! Misschien staat er ergens een charmant exemplaartje te wachten met de tuin op het zuiden gericht.

 

 

Foto: Stef Flater

Read Full Post »

Wepper

 

 

Sinds oktober van verleden jaar ben ik, tegen wil en dank, Wepper (*) geworden.

Het komt erop neer dat ik deelneem aan een soort van doorstromingsprogramma voor mensen die meer dan twee jaar werkloos zijn. Het doel is om ze weer te integreren in de arbeidsmarkt, om een werkervaring op te doen waarna ze weer kunnen doorstromen naar het normaal economisch circuit.

In de praktijk betekent dit dat ik samen met allochtonen, sexueel andersgezinden en vijftigplussers aan werk kan en moet geraken. De overheidsinstellingen zijn de welwillende afzetmogelijkheden, voorzien in de wet van 2002. Ze krijgen daar grote subsidies voor in de plaats.

De duurtijd van mijn contract is maximaal achttien maanden.

Twaalf jaar lang was ik interim in de grootste bedrijven van België. Ik heb ze zowat allemaal gehad. Ik was flexibel, tolerant, viertalig en pendelde van de ene firma naar de andere naargelang iemand me dringend nodig had om verlofdagen, zwangerschapsafwezigheid en zieken te vervangen. Steeds weer aanpassen, vertrekken als ik het daar net naar mijn zin had, altijd weer nieuwe computerprogramma’s aanleren, zich voegen naar de wetten van de opdrachtgever.

Extra legale voordelen voor interims bestonden (en bestaan nog) niet, ook geen groepsverzekering of enige vorm van anciënniteit viel me te beurt. Bij Procter & Gamble bijvoorbeeld, waar ik maandenlang werkte, kreeg ik geen participatie in de aandelen en kwam ik niet in aanmerking voor het gigantische kerstcadeau dat de ‘normale werknemer’ wel mee naar huis mocht nemen. Zo graag was ik eens gaan shoppen in hun voordeelwinkel waar pampers, wasproducten en al de rest zo prijsgunstig waren. Ik was afhankelijk van de goodwill van de ingezetenen die meestal al bijbestelden voor vrienden en familieleden.

Na mijn laatste interimervaring bij een chemisch bedrijf in het Brusselse, gaf ik de brui aan het steeds ter beschikking staan. Mijn contract werd plots opgezegd door een reorganisatie van het bedrijf. Als een van de laatsten bleef ik op het zinkende schip. De ontslagbrieven moesten namelijk getypt worden alsook de vakbondsnotulen. Harde onderhandelingen, huilende en opstandige mensen. Ik kon er slechts naar kijken en beseffen dat voor mijn geval geen enkele compensatie voorzien werd. Ik wilde nadien voor het statuut van de interims vechten, maar mijn verzet was dat van een enkeling. Geen enkele instantie deelde mijn bezorgdheid.

Ik was opgebrand en had een degout van uitzendarbeid, mijn dochters geraakten moeilijk uit hun puberteit en ik was alleenstaand.

Ik bleef thuis, verslagen en uitgebuit.

Eindelijk kreeg ik verleden week een positief antwoord op mijn sollicitatie om fulltime te gaan werken. Yes, ik lag nog in de markt!  De kleine firma beviel me, ik zou mijn talenkennis kunnen gebruiken en ik zou geen Wepper meer moeten zijn. Ik zou onmiddellijk kunnen beginnen.

Toen kwam de verloning ter sprake. Ik zou dertig euro meer verdienen dan hetgeen ik nu parttime verdien, en dat voor een fulltime job!

Met dertig euro meer per maand kan ik mijn rekeningen nog niet betalen. Ik zou dus wel zot zijn om deze job aan te nemen.

Voorlopig bekommer ik me dus om de oudjes-van-dagen. Ik hoef me geen representatieve kledij aan te schaffen, ik ben nooit na vier uur thuis en in de zomer kan ik tijd besteden aan al wat natuur is.

Ik heb enkel nog een jobke in het zwart nodig. Ik ben een harde werker, viertalig, tolerant, flexibel en je zal echt niet merken dat ik al boven de vijftig ben.

 

(*) WEP = WerkErvaringsProgramma

Read Full Post »

100 + 1

Op de fel bestofte vensterbank staat een foto van de koning en de koningin. Ze praat er nog graag over, als je het haar vraagt. Ze werd verleden jaar voor de eerste keer in honderd jaar in de bloemetjes gezet. De pastelkleurige vazen die ze bij deze gelegenheid kreeg, staan bovenop de oubollige kleerkasten. Wie geeft er nu in godsnaam vazen aan een honderdjarige?  

Honderd is ze uiteindelijk geworden en de rest van datzelfde jaar gebeurde er niets. Ze heeft enkel nog een verre neef die haar komt bezoeken en de thuiszorg komt als ze wakker is.

Ik vond vandaag een briefje: “Verpleegster was hier, ze deed niet open, daag.”

Elke dag eet ze twee chipolataworstjes met aardappeltjes en worteltjes. Zo staat het klaar in de ijskast. En als het er niets staat, maakt ze zelf een boterhammetje klaar, altijd met garnaalsla, dat lust ze zo graag. Een stukje banaan en een lepeltje magere yoghurt, dan een pilletje. Zo doet ze dat viermaal en vervolgens zet ze de vettige pillendoosjes netjes terug waar ze ze gevonden heeft. Als ze moet horen wat ik zeg, reik ik haar het vieze gehoorapparaatje aan voor het ene oor dat nog kan luisteren. Op één oog is ze blind, met het andere ziet ze enkel nog contouren.

Na vijf minuten opent ze de deur. Ik zie de witte schimmen verschijnen van haar wijde kimono. De mouwtjes en het colletje zijn roze en wit. Ze lacht altijd, ik word telkens goedgezind als ik haar zie. Ze raapt de post op. Een vroeg kaartje voor haar honderd en eerste verjaardag. Ze opent het niet; haar neef zal haar wel vertellen wat erop staat.

Op haar kalendertje is de negentiende van deze maand omcirkeld. Heel toevallig heb ik een pateeke voor haar meegebracht: een crème-au-beurretaartje. “Is dat voor mijn verjaardag?” vraagt ze me lachend. Het is een maand geleden dat ik haar zag. Ze vraagt naar mijn naam.

Na het middageten mag ik haar helpen met het aankleden. Eerst de nylonkousen, daarna het hemdje, vervolgens het corset met oogjes en haakjes en dan de overgrote onderbroek. Ze stapt in de rok die ze al maanden draagt, een exemplaar waarvan de zoom telkens moet omgeplooid worden. Daarna schiet ze een schort aan om niets vuil te maken, een voor haar noodgedwongen gewoonte uit lang vervlogen tijden.

Ik kam haar luttele haartjes, ze zegt me dat ik forser mag trekken. Ik doe het niet goed, ze leert me hoe het beter kan.

Ze vraagt me of ik kan naaien en reikt me een vieze pyjamabroek aan. Er moet een haakje aan worden bevestigd om de broek te kunnen ophangen. Gedegouteerd naai ik een lusje. Ze is overblij.

Het is intussen twee uur geworden. Ze bedankt me voor het gebakje. Ze is moe en wil nu alleen gelaten worden.

De negentiende van deze maand wordt ze honderd en één.

Aan degenen die haar een kaartje willen zenden, geef ik graag haar adres.  

Ik zou van haar een foto moeten nemen want ze is zo mooi.

Wordt een meer dan honderdjarige ook gevierd? Ik zou op haar verjaardag bij haar willen zijn, want ze wil zo graag een taartje met slagroom. Zonder meringue, want daar krijgt ze diarree van.

Read Full Post »

Geland: een fazant

Op de laatste dag dat de sneeuw mijn tuin tooide, vereerde een eerder zeldzame gast mij met een bezoek: een fazant. Omwille van de nieuwsgierig geworden poezen, zocht hij beschutting op de gladde takken. Van daaruit bespiedde hij, al glibberend en balancerend, mijn kippenren. De zaadjes die ik daar eerder die dag rijkelijk had rondgestrooid, waren duidelijk zijn doelwit.

Hij is er niet in geslaagd een graantje mee te pikken. Pixel, mijn watervlugge kater, had hem in het vizier, besloop hem met fluisterstille tred, klom welhaast geruisloos de boom in waarop de fazant had postgevat en deed een fikse uithaal. Mis poes. Het gevogelte steeg op en verdween weldra aan de einder.

Ik kon nog net een foto nemen alvorens het beest het luchtruim koos.

Read Full Post »

Tweede jeugd

In mei van dit jaar verblijft mijn moeder twee jaar in het bejaardentehuis op de afdeling van de dementerenden. De laatste zes maand is ze zes kilo bijgekomen. Bijgekomen?  Ik kan het nog niet geloven. Ze at altijd al als een vogeltje: piepkleine porties, nooit snoep of chocolade. Niet dat ze nu erg dik is geworden want ze weegt nog steeds onder de zesenvijftig. Maar nu kan je tenminste al in haar armpjes knijpen zonder dat ze het uitschreeuwt van de pijn. Tegenwoordig wil ze koste wat het kost twee hoofdmaaltijden: eentje gemalen en eentje niet. De soep en het dessert eet ze ook op alsof ze het allemaal voorgeschoteld wil krijgen.

Ze bestelde vandaag ook een maaltijd voor mij: “Juffrouw, kan je mijn dochter ook even bedienen?” Ze leeft nog steeds in de veronderstelling dat ze op restaurant is, in haar eigen huis vertoeft en dat de andere bewoners, door haar welwillendheid, bij haar mogen komen eten.

Het eerste wat ze vraagt als ik binnen kom, is of ik snoepjes heb meegebracht. Dat heb ik meestal. Zonder enige moeite verorbert ze twee repen chocolade. Naast haar staat grenadine, water en koffie. Een nieuwe fase op haar achtentachtigste levensjaar, ze heeft nog altijd verrassingen voor ons in petto.

Drie zestienjarige enthousiaste stagiaires krijgen volop handkusjes, mijn moeder leert hen de vervoegingen van de Franse werkwoorden. Die meisjes komen haar zelfs bezoeken op hun vrije woensdagmiddag. Ze zijn zo lief met mijn moeder en zeggen dat ze zoveel liefde van haar terugkrijgen.

Mijn notitieboekje waarin ik haar mooiste zinnen bewaar is bijna vol; voor 2009 heb ik een nieuwtje nodig.

Enkele voorbeelden uit mijn boekje:

 

  • Chelone, jij wordt tenminste natuurlijk lelijk.
  • Chelone, heb je veel last van de patiënten van de levende wereld?
  • De deur is open gegaan en je ruikt van hieruit de sfeer.
  • Een stromend strijkijzer is gekomen en nu is het zich aan het verbergen.
  • Een broodje met curry is gekunstelde mest.
  • Hier is altijd iets te doen en als er niets te doen is, staat de kastdeur open.
  • Voor een man met een pet: op het hoofd van die man is een koek gevallen, een geconfituurde koek.
  • Chelone, je hebt avondslapers in je ogen.
  • Over de rimpels in mijn nek: Chelone, je hebt daar twee kettingringen in je nek.
  • Het sacrament der liefde zit niet meer in de snoepdoos.
  • Die man lijkt een beetje op de va et vien van chouffleur.
  • Cocaïne is meer zoekend dan latend.
  • Justine Henin is zeker nog van onze jeugdjaren. Leeft ze nog?
  • Toen ik de deur open deed: Chelone, ge moogt geen onweer ledigen.
  • Toen ik haar vroeg wat ze gegeten had: een video met erwtjes en worteltjes.

 

Mijn moeder is nog zeer goed ter taal, ze gebruikt de allermooiste en allermoeilijkste woorden.

Als ik haar verlaat, haar een kusje en een kruisje geef, en zoals altijd afscheid neem met de woorden “I love you”, antwoordt ze zoals steeds: “I love you too, met twee oo’s.”

Read Full Post »

Older Posts »