Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2010

Forever young

Margo wist nochtans dat ik niet van stokjes hou maar het kind in mij heeft zich laten overtuigen, enkel en alleen omdat ik me nu eenmaal jonger voel dan ik in werkelijkheid ben.
Soms willen mijn kinderen me liever niet kennen als ik infantiel begin te doen.
Als ik bijvoorbeeld een sprintje tot de kassa maak en zwaar geladen karretjes en hun droogstoppelige bestuurders op het laatste moment nog voorbij wil steken. Soms ontlokt dit hilarische taferelen, enkel dan als het mannen zijn die de bepaalde karretjes voortduwen. Vrouwen zijn daar namelijk minder soepel in. De laatste keer liet hij me passeren, zo jammer dat ik hem nooit meer heb teruggezien, hij was zo schattig, hij lachte zelfs mee met mijn kinderlijkheid. Laat me toch die illussie.
Met lange rokken zal je me nooit zien, ik haat ze en kan me er niet in bewegen. Alles schort, ik verlies mijn bewegingsvrijheid, mijn eigendunk en word bitsig en nors. Mijn benen hebben frivoliteit nodig, zo lang ik ze kan blijven strekken voel ik me jong, ook al kan ik ze al laten kraken. Dus loop ik nog steeds rond in korte rokjes en vuile benen, het kan me ook niet schelen wat anderen daarvan denken. En daarbij, ik laat me ook niet vaak zien in het openbaar en als ik onkruid wied, ziet toch niemand mijn –  meestal witte – onderbroek.
Schelpjes rapen zal ik altijd blijven doen, ook nog met mijn achterkleinkinderen. En hartjes maken in het zand en flessen achterlaten met berichtjes opdat een prins ze ooit zou vinden, ginder ver, in Groot-Brittannië, helemaal over de grote zee.
Ik ben me weinig bewust van mijn leeftijd, anderen dienen het mij te zeggen; zo’n vrouwen van mijn leeftijd die zich ervan bewust willen worden dat ze ouder gaan en minder kunnen en denken dat ze het ook aan mijn oren moeten hangen. Je zal me niet horen klagen ook al moet mijn rug de volgende dag een uur roderen. Niemand is ooit gestorven met een kruiwagen in de hand, toch?
Ik zou morgen mogen sterven, met de jeugd in mijn hart, de rest van mijn leven zou toch even kinderlijk zijn gebleven.

Read Full Post »

Hartige post

Zo lang ik leef zal ik naar de post blijven gaan in plaats van naar de bie powst. Wat een belachelijk gedoe; we leven toch niet in Amerika, begot! 
Dat onze post eens een voorbeeld neemt aan de innovatieve creaties van La Poste Française. Vanmorgen ontving ik onderstaand pakje uit het Franse Villepinte (chez nous: De Pinte). Tegenwoordig bestel ik namelijk schoonheidsproducten via Ebay France. Ze zijn meer dan de helft goedkoper. Hoe die mensen hun producten zo goedkoop kunnen aanbieden is me nog steeds een raadsel. Mijn apothekeres verfoeit daarom het internet. “t Internet, ’t internet, zwijg me daarvan”, snauwt ze steeds. Ze ziet haar winst namelijk aan zich voorbijgaan.
Het aanzicht van dit pakketje op zich maakte mijn dag al goed. Negen gekartelde roze hartjes, met daarin rozen en papegaaien die mijn adresgegevens versieren.  De idee is van de hand van Emanuel Ungaro, een Franse couturier.
In België lopen beslist ook creatievelingen rond die onze post zodanig  kleurrijk kunnen maken zodat een naamsverandering overbodig wordt.

Read Full Post »

Sweet home Alabama

Zo’n drie maand geleden werd hij hier waarschijnlijk gedropt, gedumpt of is hij hier eenvoudigweg beland. Sindsdien maakt hij de Chemin des Lapins onveilig.
Onze straat staat in rep en roer, alle bewoners zijn het erover eens: die kater maakt brokken, heel veel brokken.
Het is wekenlang geleden dat ik nog eens rustig kon inslapen, niet wakker werd van een oorverdovend geluid of bij het opstaan geen chaos vond.
Ook het leven van mijn zeskoppige kattenfamilie is totaal verstoord.
Ik denk dat we te maken hebben met een extreem agressief exemplaar –  mijn buurvrouw heeft het beest ondertussen Alabama gedoopt – dat zich hier koste wat het kost wil laten gelden.
Al zeer snel had hij het principe van mijn kattendeurtje door en kwam hij binnenshuis geregeld de boel op stelten zetten. Elke nacht ontstond er een gevecht met mijn katten; bloempotten lagen verspreid over de vloer, tafellakens werden weggerukt, stoelen werden omvergegooid, enz. En ‘s morgens vond ik Alabama languit liggend op mijn tapijt terwijl mijn katten zich verstopten in de kast van de hangklok. (zoals in het verhaal van de wolf en de zes geitjes)
Ten dien tijde bleef ik nog redelijk tolerant. Met die enkele gebroken potten kon ik leven. Maar ik hoopte desalniettemin dat de vreemdeling snel het hazenpad zou kiezen.
Enkele morgens nadien kon ik er niet meer mee lachen. Op mijn nuchtere maag moest ik de chaos aanschouwen die hij die nacht had aangericht. Mijn keuken en mijn living waren omgetoverd, niet enkel in een pissoir maar ook in een ‘cacoir’. Op de tafels, op de napjes, op beide vloeren. Ik kon zelfs niet tot aan de koffiezet om me een troostkopje te zetten.
Sindsdien heb ik hem – de vieze, vuile, egoïstische, ongemanierde en rustverstorende sproeier – defintief de oorlog verklaard. Al twee weken gaat het kattendeurtje nog enkel open van binnenaf. Mijn katten moeten dus noodgedwongen buiten slapen als ze niet voor mijn slaaptijd binnen willen komen. Deze maatregel heeft totnogtoe geen enkel effect op hem. Hij stoot zijn kop zodanig tegen het kattenluikje dat het sluitsysteem ontregeld raakt en ik hierdoor wakker word en ijlings naar beneden ren om dat ding weer in zijn voegen te zetten.
Dit was duidelijk geen leven meer! Er moesten alternatieve middelen gebruikt worden.
Tijdens een babyborrel in de straat werd druk gepalaverd over Alabama. Bleek dat hij overal voor slapeloosheid zorgde en heel de buurt terroriseerde.
Zo kwam ik, via de gemeente, aan een kooi die de agressieveling zou moeten klemzetten. Daarna zou hij – zo vermoed ik althans – worden gecastreerd en op die manier tot bedaren worden gebracht.
We zijn ondertussen twee weken verder en het resultaat is nog steeds nihil. Gisteren kwam ik toevallig te weten dat ook mijn buren een kooi verwierven van de gemeente en ze eveneens veel moeite doen om Alabama te vangen. Zij kregen zelfs een bloedworst als lokmiddel cadeau en twee gemeentebeambten komen regelmatig de stand van zaken controleren. De buren vergaten vannacht enkel hun eigen kat binnen te houden; dat arme beest zat vanmorgen namelijk in mijn kooi.
Het is een raar en tweeledig probleem: Alabama heeft een waanzinnige honger en is daardoor waarschijnlijk zo agressief en tegelijkertijd zo angstig.
Een mooie kater die door niemand wordt gewenst. Ik weet niet wat er met hem zal gebeuren als ik erin slaag hem uiteindelijk te vangen.

Read Full Post »

Duivenperikelen

Ze zag er uitgeput uit, die arme duif, en liet zich gemakkelijk wat water en kippenvoer voorschotelen. Een prachtig beestje met een paarsroze collier. Ze bleef maar zitten en volgde me overal toen ik de uitgebloeide rozen afknipte.
Misschien was het wel een verdwaalde duif die al ettelijke prijzen had gewonnen en erg kostbaar was voor haar eigenaars, dacht ik.
Terwijl ze at kon ik rustig de nummers op haar geringde pootje aflezen : 1942371 – NL 2010.
Een Nederlandse duif dus die hier verzeild geraakte.
Wat gesurf op het internet leerde me dat je met deze gegevens het telefoonnummer van de eigenaar kan terugvinden.
Eerst belde ik een willekeurige duivenvereniging. De dame van het café (veel lawaai op de achtergrond) kon me niet verder helpen; ik mocht de duif water geven maar liefst geen eten. Anders zou ze blijven. Toen ik haar vertelde dat ik zes katten bezit en ik vreesde voor het leven van het arme diertje, antwoordde ze me dat de katten ook wel een kluifje mochten, niet? Duivenliefhebbers?
Na veel gezoek vond ik het telefoonnummer van de eigenaar in Nederland. Een duur GSM-nummer. De mevrouw aan de andere kant van de lijn was niet eens blij met mijn telefoontje.
Tussen Antwerpen en Brussel de duif komen halen? Neen, geen sprake van, dat was te ver; haar man en zij waren bejaard en niet goed meer te been. Ik mocht met de duif doen wat ik wou: “Geef ze weg, verkoop ze, veel succes ermee!”
Gisterenavond vond ik mijn duifje niet meer terug. Eind goed, al goed, ze was teruggevlogen naar haar thuisland. Ik zag ook geen veren liggen toen ik de tuin inspecteerde.
Alsof de Heilige Geest voor de tweede keer nederdaalde, zat ze vanmorgen plots naast me toen ik mijn dagelijkse portie sudoku’s invulde. Ze had waarschijnlijk de ganse nacht op mijn dak doorgebracht. Vluchtig kon ze wat graantjes meepikken vooraleer mijn jongste kater Pixel haar in het vizier kreeg en ze weer op de nok moest vluchten.   
Onderweg naar mijn moeder stopte ik bij een huis met een huis met vele raampjes in de achtertuin, je weet wel. Dit kon niet anders dan een duivenmelker zijn. Ook hij kon helaas niets aanvangen met mijn tam duifje; het zou zijn eigen kroost in de war brengen. Ik moest me verheugen over mijn nieuwe aanwinst en zou er veel plezier aan beleven. Hij wilde me zelfs wat duivenvoer meegeven maar kon verder niets doen.
Om half negen vanavond zat mijn duifje nog steeds op de nok. Het realiseerde zich waarschijnlijk dat het, in de directe nabijheid van zes azende katten, weinig kans had om bij het schoteltje maïskorrels te raken dat nog steeds op de tuintafel stond.
Plots strekte het zijn vleugels en vloog weg.
Hopelijk is het weer welkom waar het vandaan kwam of misschien vond het diertje het fijn bij mij en zie ik het morgen terug.

UPDATE: Het duifje verkoos om bij mij te blijven.

Read Full Post »

Eigen oogst eerst

Read Full Post »